Uitspraak
4.Verweerders standpunt heeft geen wijziging ondergaan.
8.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.Deze uitspraak is gedaan op 12 juni 2020
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een verzoeker die zich verzet tegen de sluiting van zijn woning door de burgemeester van Maastricht op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Na een eerdere afwijzing van een voorlopige voorziening tijdens de bezwaarprocedure, diende verzoeker een tweede verzoek in. De voorzieningenrechter heeft onderzocht of dit verzoek aanleiding gaf tot heroverweging.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het eerdere oordeel standhoudt omdat er geen ernstige onvolkomenheden in de eerdere uitspraak zijn en geen belangrijke wijziging van feiten of omstandigheden is gebleken. Tevens is vastgesteld dat de bevoegdheid om zonder zitting uitspraak te doen rechtmatig is toegepast, waarbij verzoekers belang niet is geschaad.
Verder is gebleken dat tegen de eerdere uitspraak hoger beroep is ingesteld, maar dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich onbevoegd heeft verklaard dit in behandeling te nemen. Gezien het voorgaande is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de woningsluiting wordt afgewezen.