De rechtbank Limburg behandelde de zaak van een 39-jarige man die werd verdacht van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan zijn levensgezel. De primaire tenlastelegging betrof perforaties in het trommelvlies, maar de rechtbank sprak de verdachte hiervan vrij wegens onvoldoende bewijs dat het letsel door hem was veroorzaakt.
Subsidiair werd bewezen verklaard dat de verdachte zijn partner op 2 oktober 2019 mishandelde door haar tegen het hoofd te slaan, aan haar haren te trekken en bij de keel vast te pakken. Dit werd ondersteund door een bekennende verklaring, medische stukken, aangifte en getuigenverklaringen.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte strafbaar is en legde een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Aan de voorwaardelijke straf zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder meldplicht, gedragsinterventie, ambulante behandeling en een harddrugsverbod. Tevens werd de dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden bevolen.
Daarnaast werd een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden wegens mishandeling tenuitvoer gelegd, terwijl een andere vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke geldboete werd afgewezen vanwege onvoldoende verband met het huidige delict.
De strafmaat werd mede bepaald door het recidivegevaar, het ontbreken van inzicht bij de verdachte en zijn problematisch alcohol- en drugsgebruik, waardoor de kans op herhaling als zeer hoog werd ingeschat.