Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
opmerking rechtbank:de diefstal onder feit 2 van parketnummer 03700025-18 heeft plaatsgevonden in Hengelo, de diefstal van feit 4 onder parketnummer 03/700257-18 in Diemen en de diefstallen onder feit 3 en 5 van parketnummer 03/700025-18 in Venlo).
modus operandi. Alle diefstallen voldeden aan de meeste van de volgende kenmerken:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De voorlopige hechtenis
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 2] , wonende te [woonplaats 1] , ten aanzien van feit 2 onder parketnummer 03/700025-18 volledig toe en veroordeelt de verdachte mitsdien om tegen bewijs van kwijting aan [aangever 2] te betalen een bedrag van € 12.000,00 aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 4 oktober 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [aangever 2] van een bedrag van € 12.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 4 oktober 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 95 dagen. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 1] , wonende te [woonplaats 2] , ten aanzien van feit 2 onder parketnummer 03/700257-18 volledig toe en veroordeelt de verdachte mitsdien om tegen bewijs van kwijting aan [aangever 1] te betalen een bedrag van € 588,02 aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 12 november 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [aangever 1] een bedrag van € 588,02 te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 12 november 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 11 dagen. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] , wonende te [woonplaats 3] , ten aanzien van feit 3 onder parketnummer 03/700257-18 niet ontvankelijk is en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 8] , wonende te [woonplaats 4] , ten aanzien van feit 4 onder parketnummer 03/700257-18 gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte mitsdien om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [aangever 8] te betalen een bedrag van € 10.950,00 aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 6 augustus 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- wijst het meergevorderde aan materiële schadevergoeding af;
- bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [aangever 8] ten aanzien van immateriële schade niet ontvankelijk is en dat hij dit gedeelte van zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op € 360,00;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [aangever 8] ., van een bedrag van € 10.950, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 6 augustus 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 89 dagen. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;