ECLI:NL:RBLIM:2020:4408
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen woningsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet wegens drugsaanwezigheid
De burgemeester van Maastricht heeft besloten de woning van verzoekster te sluiten voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet, omdat in de woning een handelshoeveelheid amfetamine werd aangetroffen. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat de burgemeester bevoegd is tot sluiting, ook zonder bewijs van kennis of betrokkenheid van verzoekster bij de drugs. De aangetroffen hoeveelheid amfetamine was groter dan de toegestane hoeveelheid voor eigen gebruik, en er was sprake van een kleine handelshoeveelheid. Er was echter geen bewijs van drugsoverlast of handel vanuit de woning.
Verzoekster voerde aan dat de sluiting disproportioneel was, mede vanwege haar beperkte verwijtbaarheid, het belang van contact met haar uit huis geplaatste kinderen, en mogelijke gevolgen voor haar honden en woonsituatie. De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester onvoldoende heeft gemotiveerd dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de sluiting onevenredig maken. Vooral het belang van het contact met haar minderjarige dochter is onvoldoende betrokken.
Gelet op de onomkeerbaarheid van de sluiting en de belangen van verzoekster en haar kinderen, wordt het belang van verzoekster zwaarder geacht dan dat van de burgemeester. Daarom wordt het bestreden besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan verzoekster vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot woningsluiting wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.