ECLI:NL:RBLIM:2020:4539

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 juni 2020
Publicatiedatum
24 juni 2020
Zaaknummer
8524942 CV EXPL 20-2241
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:625 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering loondoorbetaling tijdens ziekte afgewezen wegens ontbreken ziekmelding

De werknemer was sinds juni 2018 in dienst als horecamedewerker en had een oproepcontract tot december 2020. Na een aanvaring met een collega in januari 2020 werkte hij nog één dag tot de sluiting van de zaak in maart 2020 vanwege de coronacrisis. Hij stelde zich ziek te hebben gemeld vanaf 27 januari 2020, maar dit is niet onderbouwd in het dossier. De werkgever betwist de ziekmelding en stelt dat de werknemer meerdere keren is opgeroepen om te werken, wat hij weigerde vanwege de collega.

De werknemer onderging op 17 februari 2020 een handoperatie, maar werkte daarna nog een dag, wat wijst op geen ziektebelemmering. De kantonrechter oordeelt dat geen bewijs is dat de werknemer eerder dan 25 maart 2020 ziek was of zich ziek heeft gemeld. Daarom wordt de loondoorbetalingsvordering afgewezen.

In reconventie vordert de werkgever terugbetaling van geleende bedragen, wat door de werknemer erkend is. De kantonrechter veroordeelt de werknemer tot terugbetaling van € 2.150,00 plus wettelijke rente en tot betaling van proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Vordering loondoorbetaling tijdens ziekte afgewezen wegens ontbreken ziekmelding; werknemer veroordeeld tot terugbetaling geleend bedrag.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Burgerlijk recht
Zaaknummer 8524942 CV EXPL 20-2241
Vonnis van de kantonrechter van 24 juni 2020
in het kort geding van
[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie],
wonend in [woonplaats 1] aan de [adres 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
gemachtigde mr. L.N. Hermans,
tegen

1.[gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 1] ,

gevestigd in [vestigingsplaats] aan de [adres 2] ,
2.
[gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 2],
wonend in [woonplaats 2] aan de [adres 3] , vennoot van gedaagde sub 1,
3.
[gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 3],
wonend in [woonplaats 2] aan de [adres 3] , vennoot van gedaagde sub 1,
gedaagde partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
gemachtigde mr. A.J.E. Verschuren.
Partijen worden hierna [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] en [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 1] of [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 2] genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijk uit:
  • het exploot van dagvaarding d.d. 26 mei 2020
  • de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie
  • de nagekomen tweede pagina van productie 1 van de zijde van [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 1] (die zich overigens reeds in het dossier bevond, namelijk als laatste pagina van die productie)
  • de mondelinge behandeling ter zitting van 18 juni 2020.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] is per 1 juni 2018 krachtens arbeidsovereenkomst in dienst van [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 1] als horecamedewerker, waarna partijen op 1 december 2019 een arbeidsovereenkomst voor de duur van twaalf maanden op oproepbasis hebben gesloten, derhalve eindigend op
1 december 2020. Het brutosalaris bedraagt € 10,65 per uur.
2.2.
[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] en de vennoten [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 2] en diens vrouw zijn al jarenlang bevriend, en [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] woont boven de bedrijfsruimte, de pizzeria/shoarmazaak die [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 2] naar eigen zeggen (ter zitting) al 28 jaar exploiteren.
2.3.
Op 26 januari 2020 heeft [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] een aanvaring gehad met een collega op de werkvloer. Ter zitting heeft [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] verklaard dat hij reeds eerder ruzie met de betreffende collega heeft gehad.
2.4.
Op 16 maart 2020 is [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 1] gesloten vanwege de coronacrisis.
2.5.
Tussen 26 januari 2020 en 16 maart 2020 heeft [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] nog één dag voor [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 1] gewerkt.
2.6.
Op 25 maart 2020 heeft [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] telefonisch aan [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 2] verzocht om hem met terugwerkende kracht vanaf 27 januari 2020 ziek te melden, waarop [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 2] aan zijn boekhouder per e-mail verzocht heeft of dat kan (productie 2 bij verweerschrift).
2.7.
Bij brief van 24 april 2020 heeft de gemachtigde van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] aan [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 1] te kennen gegeven dat de aanvraag van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] voor een bijstandsuitkering was afgewezen omdat hij nog tot 1 december 2020 een arbeidsovereenkomst met [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 1] heeft. Tevens is in die brief jegens [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 1] aanspraak gemaakt op doorbetaling van het loon vanaf februari 2020, uitgaande van een gemiddelde arbeidsomvang van 62 uur per maand (referteperiode november 2019, december 2019 en januari 2020).
2.8.
[gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 2] heeft aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] geldbedragen van in totaal € 2.150,00 (€ 850,00 en
€ 1.300,00) geleend waarop tot op heden geen terugbetaling is ontvangen.

3.De vorderingen

in conventie
3.1.
[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] vordert de veroordeling van [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 1] tot betaling van het loon tijdens ziekte over februari 2020 tot en met mei 2020, te weten in totaal € 2.641,20, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW Pro. Daarnaast vordert hij de veroordeling van [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 1] om aan hem het loon door te betalen tot 1 december 2020 onder verbeurte van een dwangsom, alsmede tot betaling van de proceskosten.
3.2.
[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] stelt zich op het standpunt dat hij zich op 27 januari 2020 ziek heeft gemeld. Op 17 februari 2020 heeft hij een operatie ondergaan aan zijn hand op de poli plastische chirurgie.
3.3.
[gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 1] betwist dat sprake is geweest van een ziekmelding door [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] . Volgens [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 1] heeft zij [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] ook na het incident op 26 januari 2020 nog meerdere malen opgeroepen om te komen werken (waarvan zij ook enkele getuigenverklaringen in het geding heeft gebracht), maar heeft [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] steeds (op één keer na) geweigerd om te komen werken vanwege de aanwezigheid op de werkvloer van de collega waar [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] een aanvaring mee heeft gehad. Toen [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 2] [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] begin maart 2020 verzocht te komen werken, vertelde hij hem over de operatie die hij aan zijn hand had laten verrichten, maar die operatie was tot op dat moment - en ook daarna - geen reden voor hem geweest om zich ziek te melden: dát gebeurde immers voor het eerst op 25 maart 2020, aldus [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 1] .
in reconventie
3.4.
In reconventie vordert gedaagde sub 2, [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 2] , de veroordeling van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] tot (terug)betaling binnen drie dagen na het in dezen te wijzen vonnis van de geleende bedragen van € 850,00 en € 1.300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente.

4.De beoordeling

in conventie
4.1.
De vordering staat of valt met de vaststelling of [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] zich al dan niet op
27 januari 2020 ziek gemeld heeft. Daarvoor biedt het dossier echter eenvoudigweg geen enkel aanknopingspunt. Zijn stelling dat hij op 17 februari 2020 een operatie heeft ondergaan aan zijn hand wordt niet betwist door [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 1] zodat daarvan zal worden uitgegaan.
Uit niets echter blijkt dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] ná dan wel vanwege die operatie - en laat staan reeds eerder - wegens ziekte ongeschikt was om de overeengekomen arbeid te verrichten, noch dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] eerder dan op 25 maart 2020 dat standpunt jegens [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 1] heeft ingenomen. Integendeel, uit de eigen stellingen van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] volgt reeds dat hij in de tussenliggende periode - en wel na de operatie - nog een dag is komen werken en dat enige ziekte daaraan klaarblijkelijk niet in de weg heeft gestaan. De vordering kan reeds daarom dan ook niet slagen.
4.2.
[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 1] tot de datum van dit vonnis begroot op
€ 720,00 aan salaris gemachtigde.
in reconventie
4.3.
De vordering is door [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] ter zitting desgevraagd expliciet erkend zodat deze reeds daarmee voor toewijzing gereed ligt. Nu [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 2] geen verzuimdatum noemt, is de wettelijke rente eerst toewijsbaar vanaf de datum van de eis in reconventie, te weten
15 juni 2020, tot aan de dag van voldoening.
4.4.
[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 2] tot de datum van dit vonnis begroot op
€ 480,00 aan salaris gemachtigde.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 1] tot de datum van dit vonnis begroot op € 720,00;
in reconventie
5.3.
veroordeelt [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] binnen drie dagen na dagtekening van deze beschikking om aan [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 2] € 2.150,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
15 juni 2020 tot aan de dag van voldoening;
5.4.
veroordeelt [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie sub 2] tot de datum van dit vonnis begroot op € 480,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en is in het openbaar uitgesproken.
RK