Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- gemachtigde salaris €
720,00
Rechtbank Limburg
In deze kort geding procedure vordert eiser ontruiming van kamer 8 in een woonpand en betaling van achterstallige huur door de bewindvoerder van de huurder. De huurovereenkomst betreft een onzelfstandige woonruimte met maandelijkse huur en voorschotten. De bewindvoerder is recent benoemd en vraagt respijt vanwege financiële onzekerheid en contactproblemen met de huurder.
De kantonrechter stelt vast dat de huurder sinds december 2019 geen huur heeft betaald en geen rechtsgrond heeft voor deze tekortkoming. De bewindvoerder heeft geen bijzondere omstandigheden gesteld die ontruiming zouden verhinderen. Gezien de ernst van de huurachterstand en het spoedeisend belang van eiser, wordt de ontruiming toegewezen met een termijn van één maand na betekening.
Daarnaast wordt de bewindvoerder veroordeeld tot betaling van de achterstallige huurpenningen met rente en de lopende huur tot het einde van de huurovereenkomst of ontruiming. De proceskosten worden aan de zijde van de bewindvoerder begroot op €1.058,96 en deze wordt veroordeeld in de kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming van de kamer en betaling van huurachterstanden met rente.