ECLI:NL:RBLIM:2020:4727

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
26 juni 2020
Publicatiedatum
1 juli 2020
Zaaknummer
C/03/279040 / BZ RK 20/1124
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 WzdArt. 26 WzdArt. 27 WzdArt. 1:2 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing rechterlijke machtiging opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Limburg om een rechterlijke machtiging te verlenen voor de onvrijwillige opname en verblijf van betrokkene in een geregistreerde accommodatie voor de duur van zes maanden op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd).

Betrokkene lijdt aan een gemengde vorm van Alzheimer- en vasculaire dementie met cognitief verval, gecombineerd met alcoholverslaving en persoonlijkheidsproblematiek. De medische verklaring en de toelichtingen van de specialist ouderengeneeskunde en huisarts bevestigen dat betrokkene 24 uur per dag zorg en toezicht nodig heeft, wat thuis niet langer mogelijk is.

De advocaat van betrokkene stelde dat een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) aangevraagd had moeten worden, maar de rechtbank oordeelde dat het chronische dementiële proces primair is en de Wzd van toepassing is.

De rechtbank concludeerde dat aan de wettelijke criteria voor een rechterlijke machtiging op grond van de Wzd is voldaan en verleende de machtiging voor zes maanden, geldig tot uiterlijk 26 december 2020.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden op grond van de Wet zorg en dwang.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Familie en jeugd
Zaaknummer: C/03/279040 / BZ RK 20/1124
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
Beschikking van 26 juni 2020 van de rechtbank Limburg op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang (Wzd),
ten aanzien van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonend te [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene;
advocaat: mr. J. Meijer, kantoorhoudende in Venray.

1.Het procesverloop

Op 16 juni 2020 is ter griffie van de rechtbank ontvangen een verzoekschrift tot het verlenen van een rechterlijke machtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de aanvraag van het verzoek tot een rechterlijke machtiging van 26 mei 2020.
  • een afschrift van het indicatiebesluit van 9 april 2020,
  • een medische verklaring van 12 juni 2020,
  • een zorgplan d.d. 13 januari 2019
  • een specialistenbrief van 2 mei 2019.
1.1.
In verband met de sluiting van de rechtbank per 17 maart 2020 ten gevolge van de uitbraak van het coronavirus (COVID-19) heeft de rechtbank de zaak op 26 juni 2020 met instemming van alle betrokkenen via telehoren behandeld. Gehoord zijn:
- betrokkene;
- de advocaat van betrokkene mr. J. Meijer
- [naam specialist ouderengeneeskunde] , specialist ouderengeneeskunde;
- [naam casemanager dementie] , casemanager dementie;
- [naam huisarts] , huisarts van betrokkene.

2.Beoordeling

2.1.
Het CIZ heeft de rechtbank verzocht ten behoeve van betrokkene een rechterlijke machtiging te verlenen met een geldigheidsduur van zes maanden.
2.2.
Op grond van artikel 24 Wzd Pro verleent de rechter op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging om betrokkene te doen opnemen en te doen verblijven in een geregistreerde accommodatie, indien de opname en het verblijf onvrijwillig is, zoals bedoeld in het tweede lid, en er wordt voldaan aan de in het derde lid genoemde voorwaarden.
2.3.
Ingevolge artikel 26, vijfde lid, onder d van de Wzd legt het CIZ bij het verzoek om een machtiging een verklaring over van een ter zake kundige arts, die betrokkene met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was. Deze verklaring dient te voldoen aan de vereisten van artikel 27 Wzd Pro.
2.4.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de zin van de wet, te weten een gemengde vorm van Alzheimer- en vasculaire dementie met verval van cognitieve functies, met daarnaast bestaande alcoholverslaving en persoonlijkheidsproblematiek, zoals nader toegelicht in de medische verklaring. Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, als bedoeld in artikel 1:2 Wzd Pro, en zoals eveneens nader omschreven en toegelicht in de medische verklaring.
2.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.6.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.6.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van betrokkene aangevoerd dat zijns inziens voor betrokkene een zorgmachtiging in het kader van de Wvggz had dienen te worden aangevraagd en geen rechterlijke machtiging in het kader van de Wzd. Hij heeft daarom verzocht om afwijzing van het voorliggende verzoek.
De rechtbank overweegt daaromtrent het navolgende.
De specialist ouderengeneeskunde en de huisarts van betrokkene hebben dienaangaande ter zitting beiden benadrukt, dat er naar hun oordeel bij betrokkene onomstotelijk sprake is van een chronisch, gemengd dementieel beeld. De daarnaast bestaande alcohol-abusus en gedragsproblematiek vormen daarbij elkaar versterkende en complicerende factoren, die de symptomatologie als gevolg van de dementie (negatief) kunnen beïnvloeden. Betrokkene behoeft daarom thans 24 uur per dag zorg en toezicht, welke thuis niet langer geboden kunnen worden.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en daarnaast de toelichtingen ter terechtzitting van de specialist ouderengeneeskunde en de huisarts van oordeel dat het verzoek, gebaseerd op de Wzd zoals het thans aan de rechtbank is voorgelegd, dient te worden toegewezen, nu naar haar oordeel het chronische dementiële proces in overwegende mate bepalend is voor het toestandsbeeld van betrokkene en daarbij dus ook als primair op de voorgrond staat. Dat er daarnaast ook andere interfererende co-morbide factoren bestaan die op de genoemde symptomatologie en het daardoor bestaande nadeel/gevaar voor betrokkene en diens omgeving van invloed kunnen zijn, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel.
2.7
Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd en zal de rechtbank een machtiging tot opname en verblijf voor de verzochte duur van zes maanden toewijzen.

2.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , voor de duur van zes maanden;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 26 december 2020.
Deze beschikking is op 26 juni 2020 door mr. R.H.A.M. Beaumont, rechter, in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van B.W.M. Nacken-Heemels, griffier, en op 29 mei 2020 op schrift gesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.