Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- De verklaring van verdachte ter terechtzitting op 16 juni 2020;
- het proces-verbaal van aangifte d.d. 28 december 2019;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
- 5x accuboormachine PSR 1440 212 Bosch € 343,75
- 3x Makita 12v accuboor € 350,70
- 3x Makita accuboormachine € 388,59
- 1x accucirkelzaag Bosch € 317,37
- 1x schuurmachine excent Bosch € 99,40
- 1x vlakschuurmachine Bosch € 119,28
- 1x klopboormachine B&D € 43,68
- 4x boorhamer Makita € 499,28
€ 1.093,14. De rechtbank zal de vordering dan ook tot voornoemd bedrag toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 24 december 2019 tot de dag der algehele voldoening.
8.De vordering tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 1 jaar;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [Naam 3] Brunssum, van een bedrag van € 1.093,14, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is;
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij, [Naam 3] , van € 1.093,14, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen gijzeling, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 24 december 2019 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in