Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eiser sub 1] ,
[eiseres sub 2],
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
2.De feiten
- de destijds aangebrachte hiervoor geëigende bitumenemulsie over de cementlaag is lokaal beschadigd en uit praktische ervaring, einde levensduur waardoor deze steeds makkelijker lokaal water/vocht doorlaat.
- in de tijd is de zware betontegelbestrating meer en meer verzakt en richting woning meer verzakt, door inklinking van de ondergrondwaardoor waterindringing alleen maar verergerd.
- in de tijd is meer en meer achterstallig onderhoud aan bestrating aangetroffen zoals o.a. openingen/voegen/mosvorming en scheef/naar woning aangetroffen afwatering van de bestrating.
- de onvolkomenheden - vanaf de bouw aanwezig - aan de waterkerende afscherming in de spouw ter hoogte van fundatie/opgaand werk is alléén maar toegenomen in de tijd en meer en meer zichtbaarder geworden door toenemend vochttransport.
- de witte uitbloei is reeds vanaf de nieuwbouw op alle wanden aanwezig geweest. (zie ook bevestiging van beide partijen op Pag.2)’
3.Het geschil
primair: [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [eisers] van een bedrag van € 68.224,10, te vermeerderen met de daarover verschuldigde BTW, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente,
4.De beoordeling
non-conformiteit?
2.148,00(2,0 punten × tarief € 1.074,00)