Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[eiseres sub 2],
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 11,
- de producties A en B van [gedaagde] (e-mailcorrespondentie),
- de nadere productie van Zino Holding c.s. (e-mail 15 mei 2020),
- de mondelinge behandeling op 2 juli 2020,
- de pleitnota van [gedaagde] (conclusie van antwoord).
2.De feiten
aan de inhoud van het hierbij betekende proces-verbaal van comparitie hoofdelijk te voldoen door alle stukken die de aangewezen accountant opvraagt op eerste verzoek aan te leveren aan deze accountant, dit betreft in ieder geval, de stukken die partijen in ieder geval bij kantoor van de aangewezen accountant dient aan te leveren:
- De volledige financiële administratie van [bedrijfsnaam] te [vestigingsplaats 1] , bestaande uit: alle bankafschriften, declaraties, onderliggende bescheiden en de grootboekrekeningen over de jaren 2010, 2011, 2012, 2013, tot en met 30 april 2014;
- Ten aanzien van de panden genoemd in productie 3 bij de conclusie van antwoord de dossiers met de bemiddelingsopdrachten, de eventuele ingetrokken opdrachten en de courtage nota’s van de verkochte panden.
3.Het geschil
- [gedaagde] te gebieden om zijn executiemaatregelen te staken en gestaakt te houden,
- [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, de buitengerechtelijke kosten en de nakosten.
4.De beoordeling
980,00