Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.de vennootschap onder firma [bedrijf] ,
[eiser],
[eiseres],
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 14
- de akte vermeerdering van eis met producties 17 tot en met 19
- de aanvulling op de eerder ingediende vermeerdering van eis
- de op 10 juli 2020 op voorhand door [gedaagde] toegezonden producties 1 tot en met 10
- de op 13 juli 2020 door [eisers] toegezonden aanvullende productie 20
- de mondelinge behandeling van 14 juli 2020 met de pleitaantekeningen van mr. Wittendorp.
2.De feiten
3.Het geschil
- [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een voorschot van € 6.767,26 op de door hem ten onrechte geïncasseerde bedragen;
- de executie van het vonnis d.d. 23 maart 2020 te staken en gestaakt te houden totdat daarover in de bodemprocedure is beslist op straffe van een dwangsom van € 20.000,00 indien de executie van genoemd vonnis (op een andere wijze) wordt voortgezet, althans een dwangsom die in goede justitie vastgesteld zal worden;
- [gedaagde] te veroordelen om binnen 48 uur na betekening van het in dezen te wijzen vonnis het appartement aan de [adres] te [woonplaats 2] met verdere aanhorigheden en met al het zijne en de zijnen, volledig en behoorlijk te verlaten en te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van [eisers] te stellen en om [eisers] te machtigen om, indien [gedaagde] weigerachtig is het appartement op de aangegeven wijze te verlaten en te ontruimen onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van [eisers] te stellen, de ontruiming van het appartement aan de [adres] te [woonplaats 2] zelf te bewerkstelligen;
- [gedaagde] te veroordelen om aan [eisers] te betalen € 5.400,00 aan achterstallige huur over de periode van december 2019 t/m juli 2020;
- [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder de beslagkosten van in totaal € 1.335,15.