ECLI:NL:RBLIM:2020:5464
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking wapenverloven wegens geringe twijfel aan betrouwbaarheid door hennepkwekerij en brandstichting
De korpschef heeft op 7 september 2018 de wapenverloven van eiser ingetrokken vanwege aanwijzingen dat het voorhanden hebben van wapens en munitie niet langer aan eiser kon worden toevertrouwd. Dit volgde op de aanhouding van eiser als verdachte van brandstichting en het aantreffen van een hennepkwekerij met elf planten in een tuinhuis bij zijn woning.
Verweerder heeft het administratief beroep van eiser tegen deze intrekking ongegrond verklaard. De rechtbank overweegt dat geringe twijfel aan de betrouwbaarheid van een wapenverlofhouder voldoende is voor intrekking van het wapenverlof. De aanwezigheid van de hennepkwekerij, de betrokkenheid bij productie van verdovende middelen en diefstal van stroom, evenals de verdenking van brandstichting, bieden hiervoor objectief toetsbare grondslagen.
Hoewel de brandstichtingszaak is geseponeerd, blijft de twijfel aan betrouwbaarheid bestaan omdat het OM eiser niet onschuldig heeft bevonden. Het betoog van eiser dat de hennepplanten uitsluitend voor medicinaal eigen gebruik waren, doet hieraan niet af. De rechtbank concludeert dat het algemene belang van veiligheid zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van eiser.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en zijn de wapenverloven terecht ingetrokken. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de intrekking van de wapenverloven.