Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
d.
28 juli 2020
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
ie paragraaf 5 van het vonnis: De strafbaarheid van de verdachte).
Overwegingen en conclusies ten aanzien van het bewijs.
De strafbaarheid van de verdachte. Dat maakt het juridische oordeel over zijn handelen echter niet anders. Ook als er sprake is van handelen in een psychose kunnen doelbewust handelen en opzet worden aangenomen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
vervangenvan de maatregel van 37 Sr. door artikel 2.3 Wfz. In de Memorie van toelichting uit 2010 bij de Wvggz ging de wetgever ook nog uit van: “een combinatie van artikel 2.3 juncto het
nieuweartikel 37 van Pro het Wetboek van Strafrecht van het wetsvoorstel forensische zorg”.
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte niet strafbaar en ontslaat hem van alle rechtsvervolging;
- wijst de vordering van de benadeelde partij
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde] ter zake van feit 1 van € 5.380,88, bij niet betaling en verhaal te vervangen door
- wijst de vordering van de benadeelde partij
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op € 600,-;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam 4] ter zake van feit 2 van € 2.000,-, bij niet betaling en verhaal te vervangen door
- wijst de vordering van de benadeelde partij
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op € 300,-;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam 1] ter zake van feit 3 van € 2.000,-, bij niet betaling en verhaal te vervangen door
- wijst de vordering van de benadeelde partij
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op € 300,-;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam 2] ter zake van feit 3 van € 2.000,-, bij niet betaling en verhaal te vervangen door
- wijst de vordering van de benadeelde partij
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op € 300,-;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam 3] ter zake van feit 3 van