Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 juni 2019,
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 14,
- het tussenvonnis van 27 november 2019 waarbij een comparitie van partijen is bevolen,
- het proces-verbaal van comparitie van 15 mei 2020, waarin per abuis in de laatste regel van hetgeen mr. Schoenmakers heeft verklaard, is vermeld “voorsta” in plaats van “volsta”.
2.De feiten
3.Het geschil
€ 131,00, dan wel, in het geval van betekening, ….,