Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding van 3 juni 2019, met producties,
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met producties,
- het vonnis van 7 augustus 2019 waarbij een comparitie van partijen is bevolen,
- de conclusie van antwoord in reconventie,
- het proces-verbaal van comparitie van 18 juni 2020.
2.De feiten
uit te oefenen op de minst bezwarende wijze over het terrein, gelegen voor de ter plaatse aanwezige garages en de gezamenlijke oprit;
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie en in reconventie
€ 1.086,00(2 punten tarief II)