Uitspraak
RECHTBANK limburg
1.[eiser sub 1] h.o.d.n. [handelsnaam] , te [plaats 1] ,
[eiser sub 2], te [vestigingsplaats] , eisers,
13.Uit het voorgaande volgt dat de beroepen ongegrond zijn.
.De uitspraak is gedaan op 17 augustus 2020.
Rechtbank Limburg
Twee winkeliers vorderden vergoeding van planschade en nadeelcompensatie wegens omzetverlies veroorzaakt door het vervallen van parkeerplaatsen door het Centrumplan Valkenburg en bijbehorende verkeersbesluiten. De rechtbank oordeelde dat het college van burgemeester en wethouders de verzoeken terecht heeft afgewezen omdat de schade voorzienbaar was op grond van het toen geldende bestemmingsplan "Kern Valkenburg" uit 1996.
De voorzieningencommissie en het adviesbureau SAOZ hadden geadviseerd de verzoeken af te wijzen wegens voorzienbaarheid en actieve risicoaanvaarding, omdat het bestemmingsplan en de toelichting al beleidsvoornemens bevatten over het autoluw en autovrij maken van het winkelgebied en de wijziging van de parkeersituatie. Hoewel de precieze invulling van het centrumplan pas later bekend werd, was de mogelijkheid van dergelijke maatregelen voldoende kenbaar.
Eisers voerden aan dat de plannen niet concreet genoeg waren en dat de autovrije situatie pas later voorzienbaar was, maar de rechtbank verwierp dit. Ook een contra-expertise die stelde dat autovrij maken niet voorzienbaar was, overtuigde de rechtbank niet. De rechtbank concludeerde dat eisers als redelijk handelende ondernemers rekening hadden moeten houden met de kans op deze ontwikkelingen en dat de schade daarom voor hun rekening komt.
De beroepen van eisers tegen de afwijzing van hun verzoeken werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verzoeken om vergoeding van planschade af wegens voorzienbaarheid van het Centrumplan Valkenburg.