ECLI:NL:RBLIM:2020:6080
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap toegewezen ondanks termijnoverschrijding
Verzoekster, geboren in 1993, heeft een verzoek ingediend tot ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap van een man met destijds de Egyptische nationaliteit. De rechtbank heeft het toepasselijk recht beoordeeld en vastgesteld dat Nederlands recht van toepassing is op de familierechtelijke betrekking tussen verzoekster en de man. Hoewel verzoekster haar verzoek niet binnen de wettelijke termijn heeft ingediend, oordeelt de rechtbank dat het strikt vasthouden aan deze termijn een ongerechtvaardigde inmenging in haar familie- en gezinsleven vormt en strijdig is met artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster ten tijde van haar minderjarigheid bekend was met het feit dat de man niet haar biologische vader is, maar dat zij het verzoek pas later heeft ingediend. De man heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek en er zijn geen aanwijzingen dat de rechtszekerheid of belangen van anderen worden geschaad door de termijnoverschrijding. De rechtbank concludeert dat verzoekster ontvankelijk is en dat met voldoende zekerheid is komen vast te staan dat de man niet de biologische vader is.
Op grond van deze bevindingen wijst de rechtbank het verzoek tot ontkenning van het vaderschap toe. Tevens bepaalt zij dat de griffier een afschrift van de beschikking niet eerder dan drie maanden na de uitspraak aan de burgerlijke stand van de gemeente Zoetermeer zal zenden. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap toe ondanks termijnoverschrijding.