Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[handelsnaam],
Rechtbank Limburg
In deze zaak staat een geschil centraal over een persoonsgebonden budget (PGB) en de zorgovereenkomst tussen de zorgverlener en de budgethouder. De zorgverlener vordert betaling van een restant factuur voor verleende zorg in april 2017, vermeerderd met buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente. De gedaagde betwist het aantal gedeclareerde uren en het gehanteerde uurtarief, stellende dat het gedeclareerde aantal uren niet overeenkomt met de zorgovereenkomst en dat het uurtarief hoger is dan afgesproken.
De kantonrechter oordeelt dat de zorgverlener onvoldoende concreet heeft onderbouwd dat er een mondelinge afspraak was over het hogere uurtarief van € 40,00 en dat het aantal gedeclareerde uren niet feitelijk is onderbouwd. Ook is onvoldoende ingegaan op het verweer dat andere zorgverleners minder uren declareerden. Hierdoor worden de vorderingen afgewezen.
De zorgverlener wordt veroordeeld in de proceskosten van de gedaagde, begroot op € 360,00. Het vonnis is gewezen door de kantonrechter en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen van de zorgverlener worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van uren en tarief.