ECLI:NL:RBLIM:2020:6245
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken gezinshuisouders tegen voogdij en overplaatsing kinderen
De rechtbank Limburg behandelde het verzoek van drie gezinshuisouders die de gecertificeerde instelling (GI) William Schrikker Stichting wilden dwingen hun drie minderjarige kinderen terug te plaatsen. De GI had de kinderen zonder voorafgaande toestemming van de rechtbank verplaatst vanwege vermoedens van mishandeling en onveilige omstandigheden binnen het gezinshuis. Verzoekers beriepen zich op het blokkaderecht en op analoge toepassing van wettelijke bepalingen die gelden voor pleegouders en ondertoezichtstellingen.
De rechtbank oordeelde dat de GI als voogd een volwaardige gezagsvoorziening is en zonder rechterlijke toestemming beslissingen kan nemen over de woonplaats van minderjarigen. De verzoekers worden gezien als professionele zorgaanbieders en niet als pleegouders, waardoor zij geen beroep kunnen doen op het blokkaderecht. Ook is analoge toepassing van bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek die voor ondertoezichtstellingen gelden niet mogelijk.
De rechtbank zag geen grond voor het benoemen van een bijzondere curator en wees het verzoek tot vervanging van de GI af, omdat verzoekers niet de wettelijke positie hebben om dit te vragen. Ook een onafhankelijk onderzoek op grond van artikel 810a Rv werd niet toegewezen. De verzoeken werden om formele en inhoudelijke redenen afgewezen en iedere partij draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verzoeken van de gezinshuisouders af wegens gebrek aan wettelijke grondslag en ontvankelijkheid.