ECLI:NL:RBLIM:2020:6415
Rechtbank Limburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering teruggave auto en retentierecht in kort geding
Eiser huurt een Land Rover die zwaar beschadigd raakte door diefstal. Na een geschil over de schadevaststelling gaf eiser opdracht aan De Uiver om de schade te herbeoordelen en de auto te repareren. De Uiver haalde de auto op en stal deze, waarna zij kosten factureerde voor herbeoordeling, stallingskosten en voorgeschoten bedragen. Eiser betwist de hoogte van de kosten en stelt dat De Uiver geen recht heeft op retentierecht omdat de reparatie niet is uitgevoerd.
De kantonrechter beoordeelt of De Uiver een wettelijk retentierecht kan uitoefenen. Er is vastgesteld dat eiser een opeisbare vordering heeft wegens onbetaalde facturen, dat er samenhang bestaat tussen de vordering en de auto, en dat De Uiver feitelijk macht over de auto uitoefent. De stelling van eiser dat er geen retentierecht bestaat omdat de reparatie niet is uitgevoerd, wordt verworpen.
De kantonrechter concludeert dat De Uiver rechtmatig het retentierecht uitoefent en wijst de vorderingen van eiser af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten en de nakosten bij niet-naleving van het vonnis binnen twee weken.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen en het retentierecht van De Uiver wordt bevestigd.