Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[handelsnaam 1],
[gedaagde sub 1]tevens handelend onder de naam
[handelsnaam 2],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3],
beiden wonend te [woonplaats] ,
Rechtbank Limburg
In deze zaak vordert eiser betaling van een factuur voor de verhuur van een audio-installatie aan gedaagden. Eiser baseert haar vordering op een mondelinge overeenkomst waarbij de neef van gedaagde namens gedaagden handelde en de algemene voorwaarden van eiser ondertekende. Gedaagden betwist het bestaan van een overeenkomst en de identiteit van de gesprekspartners in de overgelegde whatsappberichten.
De kantonrechter oordeelt dat eiser onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die het bestaan van een overeenkomst aannemelijk maken. De whatsappberichten zijn deels ongedateerd, onvolledig en niet overtuigend toegeschreven aan gedaagden. De algemene voorwaarden zijn niet als contractvoorwaarden aan te merken omdat zij geen kernbepalingen bevatten over de verhuur. Ook is onvoldoende gesteld dat gedaagden de audio-installatie daadwerkelijk in gebruik heeft genomen.
Het enkele versturen van facturen en herinneringen vormt geen bewijs van een overeenkomst. Gezien de gemotiveerde betwisting van gedaagden voldoet eiser niet aan haar stelplicht. Daarom worden de vorderingen, inclusief rente en incassokosten, afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot betaling van factuur afgewezen wegens ontbreken overeenkomst.