Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 september 2020 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
De korpschef van Politie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
(ruim) vier maanden in mindering. De redelijke termijn in beroep is aldus met 9 maanden overschreden.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 8 december 2017 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 30 maart 2020 ongegrond;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling aan appellante van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 1.000,-;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade voor het overige af;