ECLI:NL:RBLIM:2020:7068

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
15 september 2020
Publicatiedatum
21 september 2020
Zaaknummer
19/658
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 591a SvArt. 12 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek vergoeding kosten raadsman na voorwaardelijk sepot mishandeling

De rechtbank Limburg behandelde een verzoek van de verzoeker tot vergoeding van kosten van een raadsman in verband met een strafzaak wegens mishandeling op 1-2 en 4 augustus 2018. De zaak werd geseponeerd onder voorwaarde van een proeftijd van één jaar zonder strafbaar feit. De verzoeker ontkende de mishandeling op 1-2 augustus en gaf toe een stomp te hebben gegeven op 4 augustus, met mogelijke noodweer en psychische overmacht als verweren.

De officier van justitie betoogde dat het om een beleidssepot ging en dat er geen billijkheid bestond voor vergoeding van de raadsman kosten. De rechtbank oordeelde dat de verzoeker in belangrijke mate aan zichzelf te wijten had dat hij werd vervolgd en dat het niet zonneklaar zijn van een veroordeling geen reden is voor vergoeding. De mishandelingen werden als één zaak beschouwd en de verzoeker was eenmaal gehoord.

De rechtbank wees het verzoek af en verwierp ook de vergoeding van kosten voor het verzoekschrift zelf. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van de kosten van de raadsman wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Rekestnummer : 19/658
Parketnummer : 03.047826.19
Beschikking van de enkelvoudige raadkamer van de rechtbank Limburg op het verzoekschrift ex artikel 591a (thans 530) van het Wetboek van Strafvordering van
[verzoeker] (de verzoeker),
geboren op [geboortedag] 1954 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezende te 6221 CE Maastricht, Alexander Battalaan 40, ten kantore van zijn raadsman mr. P.W. Szymkowiak.

1.De inhoud van het verzoekschrift

Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van
  • € 2.218,29 voor de kosten van een raadsman;
  • € 550,00 voor de kosten van een raadsman met betrekking tot de indiening en behandeling van dit verzoekschrift.
De verzoeker stelt deze kosten te hebben gemaakt in het kader van het onderzoek in de strafzaak.

2.De procesgang

Het verzoekschrift is op 11 april 2019 ter griffie van deze rechtbank ingediend.
Op 4 juni 2019 heeft de rechtbank het onderzoek in raadkamer geschorst, nu de zaak met bovengenoemd parketnummer is geseponeerd, omdat het feit zich in een beperkte kring heeft afgespeeld en onder de voorwaarde dat de verzoeker zich gedurende een jaar, ingaande op de dag van uitreiking van de kennisgeving voorwaardelijk sepot (18 april 2019), niet aan enig strafbaar feit zal schuldig maken.
De rechtbank heeft onderhavig verzoekschrift op 1 september 2020 opnieuw in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft op 1 september 2020 de raadsman en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord.
De verzoeker is niet in raadkamer verschenen.

3.De beoordeling

3.1
Het standpunt van de verzoeker
De verzoeker werd verdacht van mishandeling van [slachtoffer] in de nacht van 1 op 2 augustus 2018 en mishandeling op 4 augustus 2018. Hij ontkent dat hij [slachtoffer] heeft mishandeld in de nacht van 1 op 2 augustus 2018 en heeft zich toen slechts afgeweerd tegen het door [slachtoffer] slaan van hem. Over 4 augustus 2018 heeft de verzoeker verklaard dat hij [slachtoffer] een stomp heeft gegeven. Daardoor wilde hij bereiken dat hij langs haar kon komen. De vraag is of hij daar strafrechtelijk aansprakelijk voor kan worden gehouden. Hij werd door haar bespuugd en beledigd. Mevrouw [slachtoffer] onderging chemotherapie in verband met borstkanker en zij was herstellende van een borstamputatie. De verzoeker wist daar niet mee om te gaan. Hij moest weg en daarom heeft hij haar 1 tik gegeven. Er kan sprake zijn geweest van noodweer, psychische overmacht, avas en er zijn meerdere opties mogelijk. Het is niet zonneklaar dat de verzoeker zou worden veroordeeld. Het is fijn dat de zaak tegen hem geseponeerd is en daarom is het redelijk en billijk dat de kosten van de raadsman worden vergoed. Deze kosten van de raadsman zien op zowel de verdenking van mishandeling op 1-2 augustus 2018 als op 4 augustus 2018. Mevrouw [slachtoffer] is tegen dit sepot gaan klagen bij het gerechtshof.
(Opmerking griffier: de raadsman legt over de beschikking van de artikel 12 Sv Pro-procedure die bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch door mevrouw [slachtoffer] is gevoerd.)Over het voorval van 1-2 augustus 2018 zegt het gerechtshof dat er onvoldoende bewijs aanwezig is voor mishandeling, nu met name het bewijs ontbreekt dat het opzet van verzoeker gericht is geweest op het toebrengen van pijn en/of letsel. Het feit van 1-2 augustus 2018 is geëindigd zonder oplegging van straf en/of maatregel.
Het verzochte dient te worden toegewezen.
3.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich het standpunt dat gronden van billijkheid zich verzetten tegen een vergoeding van de kosten van de raadsman. Het betreft een beleidssepot en de vraag is dan of er gronden van billijkheid aanwezig zijn om de kosten van de raadsman te vergoeden. Beide voorvallen zijn als 1 zaak behandeld. De verzoeker is één keer gehoord voor beide feiten. De officier van justitie is verrast door de artikel 12 Sv Pro-procedure. Voor het feit van 1-2 augustus 2018 is er geen bewijs en over bewijs van het feit van 4 augustus 2018 kun je twisten. De verzoeker heeft verklaard dat hij haar met een vuist een stomp op het voorhoofd heeft gegeven en er is niet voor niets een voorwaardelijk sepot gevolgd.
Het verzoek dient te worden afgewezen.
3.3
De beoordeling van de rechtbank
3.3.1
De bevoegdheid van de rechtbank en de ontvankelijkheid van het verzoek
De zaak met bovengenoemd parketnummer is geëindigd door een kennisgeving d.d. 27 februari 2019 met de mededeling dat de verzoeker niet zal worden vervolgd, omdat het feit zich in een beperkte kring heeft afgespeeld en onder de voorwaarde dat de verzoeker gedurende een proeftijd van 1 jaar ingaande op de dag van uitreiking van deze kennisgeving, zich niet aan enig strafbaar feit zal schuldig maken dan wel op andere wijze zich zal misdragen. De kennisgeving voorwaardelijk sepot is op 18 april 2019 aan hem betekend en de sepotbeslissing is op 18 april 2020 definitief geworden.
De afwijzing door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 24 december 2019 van het beklag ex artikel 12 Sv Pro van [slachtoffer] tegen de niet-vervolging van de verzoeker door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch bij beslissing van 24 december 2019 maakt dat niet anders.
De rechtbank is bevoegd en het verzoekschrift is binnen de termijn van artikel 530, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, ingediend.
De zaak tegen de verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
3.3.2
De inhoudelijke beoordeling
De rechtbank acht, alle omstandigheden in aanmerking genomen, géén gronden van billijkheid aanwezig voor een vergoeding van de kosten voor een raadsman.
De rechtbank zal tevens op gronden van billijkheid het verzoek voor een vergoeding van de kosten van een raadsman in verband met de indiening en de behandeling van het verzoekschrift afwijzen.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat beide mishandelingen, waarvan de verzoeker werd verdacht, één zaak betreffen. De verzoeker is in één verhoor bij de politie daarover gehoord. Over het voorval op 4 augustus 2018 heeft de verzoeker bij de politie verklaard dat hij een stomp op het voorhoofd van [slachtoffer] heeft gegeven. Dat hij dit deed om weg te komen, maakt dat niet anders. Ook werd er bij [slachtoffer] letsel geconstateerd.
Gelet hierop heeft de verzoeker in belangrijke mate aan zichzelf te wijten dat hij werd vervolgd en om die reden behoefte had aan de bijstand van een raadsman. Het niet zonneklaar zijn dat het tot een veroordeling zou hebben geleid, zoals de raadsman heeft aangevoerd, is hierbij geen criterium.

4.Beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P.A. Bisscheroux, rechter, in tegenwoordigheid van D.C.H.B. Slenter, griffier, en uitgesproken in openbare raadkamer van deze rechtbank van 15 september 2020. [1]