Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De inhoud van het verzoekschrift
- € 1.969,87 voor de kosten van een raadsman;
- € 550,00 voor de kosten van een raadsman met betrekking tot de indiening en behandeling van dit verzoekschrift.
Rechtbank Limburg
De verzoeker werd verdacht van meervoudige mishandeling en ontving een dagvaarding voor de politierechter. Na het indienen van een uitvoerige brief door zijn raadsman, waarin werd verzocht de zaak te seponeren wegens een strafuitsluitingsgrond, besloot het Openbaar Ministerie de zaak te seponeren vanwege gewijzigde omstandigheden. De verzoeker vroeg vervolgens vergoeding van de kosten van zijn raadsman.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek binnen de bevoegdheid en termijn van artikel 530 Sv Pro was ingediend. De officier van justitie betoogde dat het sepot beleidsmatig was en dat er geen billijkheidsgronden waren voor vergoeding, mede omdat de verzoeker had erkend agressief te zijn geweest en er letsel was vastgesteld.
De rechtbank stelde vast dat de verzoeker zelf schuld had aan de situatie die tot vervolging leidde en dat het niet relevant was of de zaak tot een veroordeling zou hebben geleid. Gezien deze omstandigheden ontbraken gronden van billijkheid voor vergoeding van de kosten van de raadsman. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van de kosten van de raadsman wordt afgewezen wegens ontbreken van billijkheidsgronden.