Uitspraak
4.De rechtbank overweegt als volgt.
12.Het beroep is ongegrond
13.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 september 2020
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde het beroep van een ambtenaar van de Belastingdienst tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij verwijtbaar werkloos is geworden vanwege herhaalde loonbeslagen. Eerder waren aan eiseres al een berisping en een voorwaardelijk strafontslag opgelegd wegens het niet nakomen van financiële verplichtingen.
De rechtbank overwoog dat aan ambtenaren bij de Belastingdienst hoge eisen van integriteit en betrouwbaarheid mogen worden gesteld, waaronder het stipt nakomen van financiële verplichtingen. Ondanks waarschuwingen en eerdere sancties bleef eiseres herhaaldelijk loonbeslagen krijgen, ook binnen de proeftijd van het laatste voorwaardelijke strafontslag.
Eiseres voerde aan dat de ernst van haar gedraging niet zodanig was en dat haar persoonlijke omstandigheden in haar voordeel spreken. De rechtbank verwierp deze stellingen en stelde vast dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt waarom de schulden niet tijdig voldaan konden worden om loonbeslagen te voorkomen. Ook haar weigering om mee te werken aan een WSNP-traject werd haar aangerekend.
De rechtbank concludeerde dat sprake is van een dringende reden in de zin van artikel 7:678 BW Pro en dat eiseres verwijtbaar werkloos is geworden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de verwijtbare werkloosheid wordt bevestigd.