De rechtbank Limburg behandelde het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg tot voortzetting van de inbewaringstelling van een betrokkene met de ziekte van Huntington. De betrokkene verblijft in een specialistisch zorgcentrum en kan niet zelfstandig voor zichzelf zorgen. De specialist ouderengeneeskunde stelde dat de ziekte zich zodanig manifesteert dat sprake is van een neurocognitief beeld vergelijkbaar met een psychogeriatrische aandoening.
De betrokkene en zijn advocaat voerden aan dat de opname vrijwillig was en dat de ziekte zich nog niet had gemanifesteerd. Tevens werd aangevoerd dat de vereiste Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die Huntington gelijkstelt aan een psychogeriatrische aandoening nog niet van kracht is, waardoor volgens hen geen gedwongen opname mogelijk is.
De rechtbank oordeelde echter dat het belang van specialistische zorg zwaarder weegt en verklaarde de Wet zorg en dwang nu reeds van toepassing. Gezien het ernstige nadeel dat dreigt bij ontslag, verleende de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken. De beschikking werd mondeling gegeven op 23 januari 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 30 januari 2020.