Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de inleidende dagvaarding van 15 januari 2020 met 9 producties;
- de conclusie van antwoord van 22 april 2020 met 11 producties;
- de rolbeslissing van 6 mei 2020;
- de brief van 29 juli 2020 mr. Vansant, waarbij productie 12 van de zijde van [gedaagde] in het geding is gebracht;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 11 augustus 2020.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State van 28 juli 2010
de gestelde overschrijding op 28 oktober 2017 (productie 3 bij dagvaarding)
“Nu wij tijdens genoemde geluidsmetingen (…) geen overtreding(en) van de voor de inrichting geldende wet- en regelgeving hebben kunnen vaststellen, is handhavend optreden niet aan de orde.”
de overschrijding op 16 mei 2018 (tweede deel van productie 4 bij dagvaarding)
de overschrijding op 4 juli 2018 (derde deel van productie 4 bij dagvaarding)
2.148,00(2,0 punten × tarief € 1.074,00)