ECLI:NL:RBLIM:2020:7688

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
7 oktober 2020
Publicatiedatum
8 oktober 2020
Zaaknummer
8676955 \ CV EXPL 20-3642
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:40 BWArt. 6:97 BWArt. 6:233 BWArt. 6:262 lid 1 BWArt. 6:277 BW
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsovereenkomst en onredelijk bezwarende bedingen in telecomcontract

T-Mobile heeft een consument gedagvaard wegens het niet betalen van facturen en kosten voortvloeiend uit een telecomovereenkomst en een goederenkredietovereenkomst. De overeenkomst liep van juni 2018 tot april 2019. T-Mobile vordert betaling van €538,47 plus rente en kosten.

De rechter oordeelt dat het bedrag van €208,27 aan openstaande abonnementskosten en toestelverbruik terecht is gevorderd. Voor het goederenkrediet wordt €126,00 toegewezen voor de resterende termijn tot juni 2020. Het beding dat betaling van resterende maandtermijnen na ontbinding verplicht stelt, wordt als onredelijk bezwarend en nietig beoordeeld. De schadevergoeding wordt daarom geschat op 50% van die termijnen, €136,20.

De heraansluitkosten van €28,00 per keer worden eveneens vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing en onevenredigheid. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onduidelijkheid over verzuimdatum. De totale toegewezen hoofdsom bedraagt €470,47, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Een betalingsregeling wordt afgewezen door de rechter.

Uitkomst: Consument wordt veroordeeld tot betaling van €470,47 met rente en kosten, waarbij enkele bedingen als onredelijk bezwarend zijn vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 8676955 \ CV EXPL 20-3642
Vonnis van de kantonrechter van 7 oktober 2020
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
T-MOBILE NETHERLANDS B.V.,t.h.o.d.n.
TELE2,
gevestigd te 's-Gravenhage,
eisende partij,
gemachtigde Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders,
tegen:
[gedaagde],
wonende [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.
Partijen zullen hierna T-Mobile en [gedaagde] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
T-Mobile vordert – samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 538,47, te vermeerderen met rente en kosten.
2.2.
T-Mobile heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd – verkort weergegeven – dat tussen [gedaagde] en T-Mobile een overeenkomst tot stand is gekomen en dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van deze overeenkomst.
2.3.
T-Mobile heeft op grond van de met [gedaagde] gesloten overeenkomst verschuldigde bedragen bij [gedaagde] in rekening gebracht.
[gedaagde] heeft een bedrag groot € 498,47 onbetaald gelaten. Voorts stelt zij dat [gedaagde] aan haar een vergoeding van € 40,00 voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is.

3.De beoordeling

3.1.
[gedaagde] is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’).
3.2.
De stellingen van T-Mobile komen er kort en goed gezegd op neer dat sprake is van een overeenkomst die bestaat uit een goederenkredietovereenkomst en een overeenkomst ter zake van het verstrekken van telecommunicatiediensten. De overeenkomsten (met een looptijd van 24 maanden) zijn op 18 juni 2018 ingegaan en (volgens de eindfactuur) per 25 april 2019 beëindigd.
Openstaande facturen vóór ontbinding
3.3.
Van de openstaande facturen ziet een bedrag groot € 208,27 op reguliere abonnementstermijnen, toestelbetaling en verbruikskosten. Dit bedrag komt de kantonrechter onrechtmatig noch ongegrond voor zodat dit voor toewijzing gereed ligt.
Het goederenkrediet
3.4.
Vaststaat dat tussen [gedaagde] en T-Mobile een overeenkomst is gesloten waarbij aan [gedaagde] een telefoontoestel is verstrekt. In de overeenkomst is een toestelwaarde van € 216,00 opgenomen. Op basis van een overeenkomst van 24 maanden heeft een bedrag van € 9,00 per maand betrekking op het verstrekte toestel.
Nu de goederenkredietovereenkomst per 25 april 2019 is geëindigd zal de kantonrechter over de resterende termijn tot 17 juni 2020 het gevorderde bedrag groot € 126,00 toewijzen.
De overeenkomst tot levering van mobiele telecommunicatiediensten
3.5.
Ten aanzien van de door T-Mobile gevorderde resterende maandtermijnen die betrekking hebben op de geleverde telecommunicatiediensten beroept T-Mobile zich op een beding dat is opgesteld om in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen. De rechter dient daarom op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie (o.a. 4 juni 2009, C 243/08) ambtshalve te beoordelen of het beding onredelijk bezwarend is.
3.6.
Gezien de door T-Mobile verstrekte gegevens moet worden geoordeeld dat het in rekening brengen van de resterende maandtermijnen terwijl [gedaagde] geen gebruik meer kan maken van de diensten van T-Mobile, moet worden beschouwd als een boete die niet in redelijke verhouding staat tot het nadeel dat T-Mobile lijdt. Dit leidt tot de conclusie dat het beding onredelijk bezwarend is. Het beding moet daarom op grond van artikel 3:40 jo Pro 6:233 onder a BW als nietig worden beschouwd.
3.7.
Als uitgangspunt geldt dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en aan T-Mobile op grond van artikel 6:277 BW Pro de schade moet vergoeden die deze lijdt doordat ontbinding van de overeenkomst plaatsvindt.
In dit geval kan de door T-Mobile geleden schade niet nauwkeurig berekend worden. Ingevolge artikel 6:97 BW Pro zal deze worden geschat op 50% van de resterende maandtermijnen, exclusief btw. De kantonrechter heeft de ervaring dat een aldus begrote vordering overeenkomt met een gangbare schatting van de geleden schade. Voor zover een hoger bedrag aan schadevergoeding is gevorderd is het meerdere niet toewijsbaar. Er zal een bedrag groot € 136,20 worden toegewezen.
De heraansluitkosten
3.8.
Omdat [gedaagde] de factuur d.d. 15 november 2018 niet voor het verstrijken van de betaaltermijn voldeed, is hij meermaals, zowel per sms als per post, gewaarschuwd dat de dienstverlening afgesloten zou worden bij voortdurende wanbetaling en dat er heraansluitkosten van € 28,00 in rekening gebracht zouden worden, aldus T-Mobile. Daar betaling uitbleef heeft T-Mobile de dienstverlening conform artikel 6:262 lid 1 BW Pro in samenhang met artikel 4.9.1. van de algemene voorwaarden tijdelijk opgeschort. Na betaling van de achterstand op 21 december 2018 zijn de diensten weer geactiveerd. De heraansluitkosten heeft T-Mobile in rekening gebracht op de factuur van 15 januari 2019. Deze factuur is onderdeel van onderhavige vordering.
3.9.
T-Mobile meent dat de algemene voorwaarde van 4.9.2 inzake heraansluitkosten geen oneerlijk beding is als bedoeld in Richtlijn 93/13. Zij voert aan dat een klant voor het sluiten van de overeenkomst via de prijslijst en de website wordt geïnformeerd over de kosten van heraansluiting, dat T-Mobile wegens een toerekenbare tekortkoming van [gedaagde] de diensten tijdelijk heeft moeten opschorten en hiervoor kosten heeft moeten maken.
3.10.
De kantonrechter stelt voorop dat het feit dat [gedaagde] aldus T-Mobile voor het sluiten van de overeenkomst is geïnformeerd over het bedrag aan heraansluitkosten die T-Mobile in rekening zou mogen brengen bij wanbetaling, niet meebrengt dat geen sprake meer kan zijn van een oneerlijk beding. Of dat wel of niet het geval is, is afhankelijk van de omstandigheden ten tijde van het sluiten van de overeenkomst en van andere contractuele sancties die op schending van de betalingsverplichtingen zijn gesteld.
3.11.
De kantonrechter constateert dat T-Mobile niet heeft onderbouwd en inzichtelijk gemaakt dat het haar telkens als een abonnee opnieuw wordt aangesloten, € 28,00 kost. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, gaat de kantonrechter er vanuit dat het aan- en afsluiten van abonnees door telecombedrijven (wat geen incassowerkzaamheden mag omvatten) vrij eenvoudig bewerkstelligd kan worden en dat € 28,00 per heraansluiting niet in redelijke verhouding staat tot de kosten die daarmee daadwerkelijk voor T-Mobile gepaard gaan. Temeer niet indien bedacht wordt dat T-Mobile over de periode dat zij haar diensten opschort wel abonnementsgeld in rekening brengt en dat het aantal keren dat T-Mobile heraansluitkosten bij een abonnee in rekening kan brengen in artikel 4.9.2. verder niet wordt begrensd. Het beding lijkt en dreigt daardoor min of meer het karakter van verkapte incassokosten te krijgen.
3.12.
Gelet op een en ander is de kantonrechter van oordeel dat T-Mobile onvoldoende feitelijk heeft onderbouwd dat het beding inzake heraansluitkosten waarop zij zich beroept in dit geval niet onredelijk bezwarend is. Dit beding zal daarom worden vernietigd.
3.13.
Al het voorgaande leidt tot de slotsom, dat de gevorderde hoofdsom kan worden toegewezen tot een (resterend) bedrag groot € 470,47 (€ 208,27 aan openstaande facturen voor ontbinding + € 126,00 afbetaling goederenkrediet + € 136,20 aan schadevergoeding ter zake de termijnen na ontbinding tot aan het contractuele einde van de overeenkomst ter zake de telecommunicatiediensten).
3.14.
T-Mobile maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Alvorens aanspraak bestaat op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten, moet kunnen worden vastgesteld dat en met ingang van welke datum [gedaagde] in verzuim is. Volgens de overgelegde facturen zou het bedrag van de factuur omstreeks een in de factuur vermelde datum automatisch worden afgeschreven. Nu de daadwerkelijke verzuimdata onduidelijk zijn kunnen de buitengerechtelijke incassokosten niet worden toegewezen.
3.15.
[gedaagde] partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
  • dagvaarding € 86,85
  • griffierecht € 124,00
  • salaris gemachtigde €
totaal € 282,85
3.16.
Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat voor het treffen van de door [gedaagde] gewenste betalingsregeling in het kader van deze procedure geen plaats is. Stein dient zich daartoe tot T-Mobile te wenden.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan T-Mobile tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 470,47, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 6 juli 2020 tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van T-Mobile gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 282,85,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.
type: JEC