ECLI:NL:RBLIM:2020:7690
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen afdwingbare overeenkomst over helft betaling studieschuld na beëindiging relatie
Partijen hadden een affectieve relatie die eind 2019 werd beëindigd. Tijdens de relatie bouwde eiseres een studieschuld op bij DUO van €8.628,90, die zij samen gebruikten. In oktober 2019 communiceerden partijen via WhatsApp over de verdeling van deze schuld, waarbij gedaagde aangaf bereid te zijn de helft te betalen onder voorwaarden, zoals het overnemen van de woning en het tekenen van een afstandsverklaring.
Eiseres vorderde dat de kantonrechter verklaart dat partijen ieder voor de helft intern draagplichtig zijn voor de schuld en dat gedaagde haar moet vergoeden voor het teveel betaalde bedrag. De kantonrechter stelde vast dat er wel mondelinge overeenstemming was over de schuld, maar dat deze was verbonden aan voorwaarden waarover geen overeenstemming bestond.
De rechter oordeelde dat er geen volledige en afdwingbare overeenkomst tot stand was gekomen, omdat de mondelinge afspraak onderdeel was van lopende onderhandelingen en niet los gezien kon worden van de voorwaarden die gedaagde stelde. De vordering werd afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de helft van de studieschuld wordt afgewezen wegens ontbreken van een definitieve overeenkomst.