Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De verdere procedure
2.De verdere beoordeling
- dagvaarding € 83,38
- griffierecht € 499,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
In deze civiele procedure vordert BOUWMACHINES HOLLANDERS B.V. betaling van een openstaand bedrag van gedaagde partij. De gedaagde handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en is daarmee geen consument, waardoor de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht niet van toepassing zijn.
Na verkregen uitstel heeft de gedaagde partij niet meer gereageerd, waardoor de vordering van eiser als niet weersproken wordt beschouwd en toegewezen. De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot betaling van € 3.088,03, vermeerderd met wettelijke rente over twee bedragen vanaf respectievelijk 31 maart en 1 april 2020.
Daarnaast wordt de gedaagde veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van eiser, begroot op € 792,38, en in de nakosten conform richtlijnen LOVCK&T. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 3.088,03 met rente en kosten, uitvoerbaar bij voorraad.