Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De beoordeling
- dagvaarding € 102,96
- griffierecht € 499,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een vordering van de onderlinge waarborgmaatschappij Centrale Zorgverzekeraars Groep tegen een consument, wonende op een geheim adres. De procedure startte met een dagvaarding en een verzoek om uitstel door de gedaagde partij. De kantonrechter beoordeelde dat de dagvaarding voldeed aan de wettelijke eisen en dat de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht niet waren geschonden.
Na het verleende uitstel heeft de gedaagde partij niet meer gereageerd, waardoor de vordering als niet weersproken werd beschouwd. De kantonrechter wees de vordering toe en veroordeelde de gedaagde partij tot betaling van het gevorderde bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 26 juni 2020 tot de dag van volledige betaling.
Daarnaast werd de gedaagde partij veroordeeld in de proceskosten, begroot op €721,96. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken door mr. R.H.J. Otto.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €818,93 met rente en proceskosten.