Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De beoordeling in het incident
3.De beslissing
2 december 2020voor conclusie van antwoord.
Rechtbank Limburg
In deze civiele procedure heeft eiseres in het incident verzocht om de hoofdzaak te voegen met twee andere zaken die aan dezelfde rechtbank zijn voorgelegd. De rechtbank heeft vastgesteld dat de zaken nauw met elkaar samenhangen en dat de procedures verknocht zijn, waardoor voeging gerechtvaardigd is.
Gedaagde in het incident heeft geen verweer gevoerd tegen de voeging, en de rechtbank heeft op grond van de aangevoerde en niet weersproken gronden het verzoek toegewezen. Omdat in het incident geen partij als in het ongelijk gestelde kan worden beschouwd, zijn de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
De rechtbank heeft tevens bepaald dat de zaak op 2 december 2020 weer op de rol komt voor conclusie van antwoord. Het vonnis is gewezen door rechter J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot voeging van de hoofdzaak met twee andere zaken is toegewezen en de proceskosten zijn gecompenseerd.