Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eiser sub 1] ,
[eiser sub 2],
[eiseres sub 3],
[eiser sub 4],
1.De procedure
- de dagvaarding van 17 september 2020,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- de brief van 10 oktober 2020 van [eisers] , met producties,
- de brief van 12 oktober 2020 van de Staat, met productie,
- de mondelinge behandeling van 13 oktober 2020, met de pleitnota van [eisers] en de pleitnota van de Staat.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
11 september 2020 van de Staat geeft handvatten voor de door [eisers] mogelijk te bewandelen weg ter toetsing van de voorgenomen ontruiming. Er wordt uitdrukkelijk gewezen op het uitbrengen van een kort gedingdagvaarding uiterlijk op 18 september 2020.
- Voormalig woordvoerder [naam woordvoerder] verklaart schriftelijk op 9 oktober 2020
- Mevrouw [naam] verklaart schriftelijk op 9 oktober 2020:
- [eiser sub 2] verklaart schriftelijk op 9 oktober 2020:
- De bewoners hebben afspraken gemaakt: ze konden in het pand blijven zolang er niets mee zou gebeuren en [eigenaar] kon het pand in voor inspecties. Partijen handelden naar deze afspraken. Er is na maart 2019 tot 25 augustus 2020 geen aangifte gedaan. De afspraken gelden voor alle bewoners sindsdien. Tijdens een bezoek in augustus 2020 heeft [eigenaar] het pand voor het laatst bezocht samen met de ontwikkelaar en hij heeft toen de mondelinge afspraken opnieuw bevestigd.