Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
[verbalisant 2]hielden op 10 mei 2018 toezicht op de braderie te Hoensbroek en verklaren het volgende.
[verbalisant 2]hielden op 10 mei 2018 toezicht op de braderie te Hoensbroek en verklaren het volgende.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte voor feit 2 tot een
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
- wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe, en veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [slachtoffer 2] , te betalen een bedrag van € 2.043,76 (bestaande uit materiële en immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 25 mei 2017 tot de dag der algehele voldoening;
- verklaart het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;
- legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2] van een bedrag van € 2.043,76. Bij gebreke van betaling en verhaal kan maximaal 30 dagen gijzeling worden gevorderd. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 mei 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.