ECLI:NL:RBLIM:2020:8343

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
16 oktober 2020
Publicatiedatum
28 oktober 2020
Zaaknummer
8774768 BR VERZ 20-335
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Oud recht en ouderlijke boedelverdeling in erfrechtelijke procedure

In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Limburg op 16 oktober 2020, betreft het een verzoekschrift ingediend door verzoeker, in zijn hoedanigheid van erfgenaam van de erflater. De procedure is gestart op 23 september 2020 door tussenkomst van de gemachtigde mr. M.M.J. Janssen. De erflater is op [overlijdensdatum] overleden en heeft bij testament over zijn nalatenschap beschikt. Verzoeker en zijn zus hebben op 10 juni 2020 de nalatenschap van de erflater zuiver aanvaard. Echter, er is onduidelijkheid ontstaan over de keuze van een derde zus, [zus 2], die tot op heden geen keuze heeft gemaakt met betrekking tot de nalatenschap. Verzoeker vraagt de kantonrechter om [zus 2] een termijn te stellen om haar keuze kenbaar te maken, zodat de notaris een verklaring van erfrecht kan opmaken en de nalatenschap kan worden afgewikkeld.

De kantonrechter overweegt dat de erflater bij uiterste wilsbeschikking heeft bepaald dat de verdeling van zijn nalatenschap op grond van de oude regeling van de ouderlijke boedelverdeling dient te geschieden. Deze regeling heeft, ondanks de invoering van het nieuwe erfrecht op 1 januari 2003, haar geldigheid behouden. De kantonrechter oordeelt dat de regels van het nieuwe erfrecht van toepassing zijn op de opengevallen nalatenschap, maar dat de oude ouderlijke boedelverdeling blijft gelden. De kantonrechter wijst het verzoek van verzoeker toe en stelt [zus 2] een termijn van een maand om haar keuze omtrent de aanvaarding of verwerping van de nalatenschap kenbaar te maken. Tevens worden de proceskosten ten laste van de nalatenschap gebracht.

De beslissing van de kantonrechter is dat [zus 2] binnen een maand na betekening van de beschikking aan verzoeker moet aangeven of zij de nalatenschap zuiver of beneficiair aanvaardt, of deze verwerpt. De proceskosten worden ten laste van de nalatenschap gebracht.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Burgerlijk recht / Kantonrechter
Zaaknr: 8774768 BR VERZ 20-335
Beschikking van 16 oktober 2020
inzake
[verzoeker] ,
wonend te [woonplaats 1] aan de [adres] ,
verzoeker, in zijn hoedanigheid van erfgenaam en belanghebbende van de nalatenschap van [erflater] ,
gemachtigde mr. M.M.J. Janssen.

1.Verloop van de procedure

1.1.
Op 23 september 2020 is door tussenkomst van mr. M.M.J. Janssen een verzoekschrift met bijlagen ontvangen.
1.2.
Vervolgens is beschikking bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Uit het verzoekschrift en de bijlagen volgt dat:
- [erflater] (verder: de erflater) op [overlijdensdatum] te [gemeente ] , laatstelijk wonend [woonplaats 2] , is overleden
- de erflater bij testament over zijn nalatenschap heeft beschikt
- verzoeker en [zus 1] , de zus van verzoeker, op 10 juni 2020 in het bijzin van een derde schriftelijk hebben verklaard dat zij de nalatenschap van de erflater zuiver aanvaarden (productie 5)
- door notaris mr. G.H.M. van Kan op 5 juni 2020 een brief aan [zus 2] , de zus van verzoeker, is verzonden waarbij voormelde notaris [zus 2] om een bevestiging vraagt van zijn veronderstelling dat zij de nalatenschap van de erflater zuiver wenst te aanvaarden vraagt of om aan te geven dat zijn veronderstelling onjuist is,
- [zus 2] tot op heden geen keuze ter zake de nalatenschap van de erflater heeft uitgebracht.
2.2.
Na raadpleging van het boedelregister op 23 september 2020 is gebleken dat er geen keuze van verzoeker noch de overige erfgenamen, waaronder [echtgenote erflater] , de langstlevende echtgenote van de erflater en moeder van verzoeker, in het boedelregister is geregistreerd en uit de processtukken volgt niet dat [echtgenote erflater] een keuze ter zake de nalatenschap van de erflater heeft gedaan.

3.Het verzoek

3.1.
Verzoeker vraagt om [zus 2] een termijn te stellen als bedoeld in artikel 4:192 lid 2 BW ten aanzien van de nalatenschap van de erflater omdat door het ontbreken van een keuze de notaris geen verklaring van erfrecht kan opmaken en de nalatenschap om die reden niet kan afwikkelen.

4.De beoordeling

4.1.
De erflater heeft bij uiterste wilsbeschikking beschikt dat de verdeling van zijn nalatenschap op grond van art. 4:1167 BW (oud), de zogenoemde ouderlijke boedelverdeling, tot stand dient te worden gebracht. Deze oude ouderlijke boedelverdeling lijkt op de nu bestaande wettelijke verdeling (artikel 4:13 BW doch anders dan in het geval van de wettelijke verdeling zijn bij de door de erflater tot stand gebrachte verdeling alle erfgenamen aansprakelijk voor de schulden van de nalatenschap en zij zijn in beginsel ook allemaal gehouden tot betaling daarvan. Dat de erflater in zijn testament heeft bepaald dat zijn echtgenote verplicht is om alle schulden van de nalatenschap te voldoen, doet hier niet aan af nu deze bepaling (slechts) de onderlinge draagplicht tussen de erfgenamen regelt. De onder oud recht gemaakte ouderlijke boedelverdeling heeft, ondanks de invoering van het nieuwe erfrecht op 1 januari 2003, haar geldigheid behouden (artikel 79 en artikel 127 overgangswet Nieuw BW). Dat betekent dat een vanaf 1 januari 2003 opengevallen nalatenschap waarvoor ouderlijke boedelverdeling geldt, de regels van het nieuwe erfrecht, bijvoorbeeld ten aanzien van de aanvaarding en verwerping van nalatenschappen, van toepassing zijn. Nu het verzoek op de wet is gegrond komt de kantonrechter niet toe aan beoordeling van de door verzoeker daarbij gestelde overige redenen. Het verzoek zal worden toegewezen met bepaling dat [zus 2] binnen een maand na de betekening van deze beschikking aan verzoeker zal kenbaar maken of zij de nalatenschap van de erflater zuiver dan wel beneficiair zal aanvaarden, dan wel zal verwerpen. Verzoeker dient een afschrift van de betekening en een afschrift van deze beschikking in te schrijven in het boedelregister.
4.2.
Overeenkomstig het verzoek van verzoeker zullen de met het onderwerpelijke verzoek gepaard gaande proceskosten ten laste van de nalatenschap komen.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
stelt de termijn waarop [zus 2] haar keuze omtrent aanvaarding c.q. verwerping van de nalatenschap van wijlen [erflater] dient kenbaar te maken op een maand, ingaande de dag nadat verzoeker deze beschikking aan [zus 2] heeft doen betekenen en hij onder vermelding van de gedane betekening deze samen met deze beschikking heeft ingeschreven in het boedelregister,
5.2.
bepaalt dat de met het onderwerpelijke verzoek gepaard gaande proceskosten ten laste van de nalatenschap komen.
Aldus gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.
YT