Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[handelsnaam], in hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van
[naam onderbewindgestelde],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 144,00(2 x tarief € 72,00)
Rechtbank Limburg
VGZ heeft een vordering ingesteld tegen de bewindvoerder over de goederen van een verzekerde die premies voor een zorgverzekering niet heeft betaald. De bewindvoerder erkent de vordering en wijst op een betalingsregeling en een minnelijke schuldenregeling.
De kantonrechter stelt vast dat de bewindvoerder formeel partij is en dat de vordering niet is betwist. VGZ heeft haar vordering beperkt tot €500 aan hoofdsom, met rente vanaf de dagvaarding. De rechter wijst deze vordering toe, inclusief de wettelijke rente en proceskosten.
De rechter veroordeelt de bewindvoerder tot betaling van het bedrag en de kosten, met een bepaling voor nakosten indien niet binnen twee weken wordt voldaan. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van €500 aan VGZ met wettelijke rente en proceskosten.