Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De beoordeling
- explootkosten € 332,83
- griffierecht € 304,00
- salaris gemachtigde
- dagvaarding € 102,95
- griffierecht € 0,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
In deze civiele procedure vordert eisende partij betaling van een bedrag van €2.968,13, vermeerderd met wettelijke rente over €2.500,00 vanaf 14 augustus 2020. Gedaagde partij heeft na verkregen uitstel niet meer gereageerd, waardoor de vordering als niet weersproken wordt beschouwd en toewijsbaar is.
De beslagkosten, bestaande uit explootkosten, griffierecht en salaris gemachtigde, worden begroot op €846,83 en worden eveneens aan gedaagde opgelegd. Daarnaast worden de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij vastgesteld op €312,95, welke ook voor rekening van gedaagde komen.
De kantonrechter wijst het meer of anders gevorderde af en veroordeelt gedaagde tot betaling van de hoofdsom, beslagkosten en proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2020.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €2.968,13 met wettelijke rente, beslagkosten van €846,83 en proceskosten van €312,95.