ECLI:NL:RBLIM:2020:8511
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in voortgezet toezicht bewind
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die toezicht hield op zijn bewind, stellende dat de rechter partijdig was en hij zich niet op zijn gemak voelde tijdens een kennismakingsgesprek. Hij vond dat de rechter de kant van zijn bewindvoerder koos en hem te veel onderbrak.
De rechter stelde dat het gesprek slechts een kennismaking betrof en geen behandeling van een geschil, waardoor wraking niet mogelijk zou zijn. De wrakingskamer oordeelde echter dat het gesprek onderdeel was van het 'voortdurend' toezicht en dus wel als behandeling van een zaak moest worden gezien.
Desondanks concludeerde de wrakingskamer dat verzoeker geen concrete feiten of gedragingen had aangevoerd die de schijn van vooringenomenheid konden wekken. De opmerkingen van verzoeker betroffen slechts een slechte eerste indruk. Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens gebrek aan concrete feiten die vooringenomenheid aantonen.