Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[naam onderbewindgestelde],
1.De procedure
2.De beoordeling
- dagvaarding € 105,09
- griffierecht € 83,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
In deze civiele procedure vordert eiser betaling van een hoofdsom, buitengerechtelijke incassokosten en rente van gedaagde. Gedaagde heeft na uitstel niet gereageerd, waardoor de vordering ten aanzien van hoofdsom, incassokosten en wettelijke rente als niet weersproken wordt toegewezen.
De kantonrechter beslist dat over de incassokosten de wettelijke rente uit artikel 6:119 BW Pro van toepassing is, en niet de handelsrente, omdat niet is gesteld of gebleken dat gedaagde eerder dan bij dagvaarding in gebreke is gesteld. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag, vermeerderd met wettelijke rente over verschillende bedragen vanaf verschillende data.
Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van eiser, begroot op €368,09, en in de nakosten conform richtlijnen LOVCK&T. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.437,50 met wettelijke rente en proceskosten, handelsrente over incassokosten wordt afgewezen.