Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De beoordeling
- dagvaarding € 102,96
- griffierecht € 124,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een vordering van de onderlinge waarborgmaatschappij Centrale Zorgverzekeraars Groep tegen een consument wegens een openstaand bedrag.
De kantonrechter beoordeelde de dagvaarding en concludeerde dat deze voldeed aan de vereisten van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv en artikel 21 Rv Pro. De consument werd vermoed een consument te zijn, waardoor de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ambtshalve werden toegepast. Er werd vastgesteld dat deze bepalingen niet waren geschonden.
De consument betwistte de vordering niet of onvoldoende, waardoor de kantonrechter de vordering toewijst. De consument wordt veroordeeld tot betaling van € 286,85, vermeerderd met wettelijke rente over een deelbedrag vanaf 24 augustus 2020, en tot vergoeding van de proceskosten aan de zijde van de zorgverzekeraar. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering van de zorgverzekeraar wordt toegewezen en de consument veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag en proceskosten.