Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De verdere procedure
2.Het geschil en de verdere beoordeling
- dagvaarding € 105,09
- griffierecht € 124,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
Eisende partij, VGZ Zorgverzekeraar N.V., vordert betaling van een achterstand op zorgpremies van gedaagde, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. De totale achterstand bedroeg €628,66, waarvan €3,00 acceptgirokosten. De eis werd beperkt tot €500 om hogere griffiekosten te voorkomen.
De kantonrechter onderzocht het acceptgirobeding en oordeelde dat dit duidelijk en niet onredelijk bezwarend is voor de consument. De acceptgirokosten van €1,50 werden als redelijk beoordeeld gezien de administratieve handelingen die ermee gemoeid zijn.
De overige vorderingen werden niet betwist en gegrond bevonden. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van €500 plus wettelijke rente vanaf 12 juni 2020, alsmede de proceskosten van €301,09 en nakosten onder voorwaarden. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €500, wettelijke rente en proceskosten.