Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[handelsnaam],
Rechtbank Limburg
Eiseres trad in januari 2019 in dienst bij gedaagde als allround beveiliger op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een bruto uurloon van €16,00. Na beëindiging van de arbeidsovereenkomst vordert eiseres betaling van achterstallig loon over de periode 2 tot en met 11 van 2019, inclusief wettelijke verhoging en rente, en verstrekking van loonspecificaties en de jaaropgave 2019.
De kantonrechter oordeelt dat de eiswijziging van eiseres, waarbij zij de jaaropgave toevoegt en een subsidiaire grondslag aanvoert, in strijd is met een goede procesorde en daarom buiten beschouwing wordt gelaten. De loonvordering wordt afgewezen omdat deze niet nader is gespecificeerd of geconcretiseerd.
Wel wordt de vordering tot verstrekking van loonspecificaties toegewezen omdat gedaagde daartegen geen specifiek verweer voert en uit de overgelegde stukken blijkt dat loonstrookjes ontbreken. De dwangsom wordt gematigd tot €100 per dag met een maximum van €2.500. De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een correcte aanmaning. Proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Loonvordering wordt afgewezen wegens onvoldoende specificatie, maar gedaagde wordt veroordeeld tot verstrekking van loonspecificaties met een gematigde dwangsom.