ECLI:NL:RBLIM:2020:9157

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
18 november 2020
Publicatiedatum
23 november 2020
Zaaknummer
C/03/274571 / HA ZA 20-103
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a BWArt. 150 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling facturen wegens onvoldoende stelplicht bij overeenkomst van opdracht

Lunaria B.V. heeft werkzaamheden verricht voor Woningstichting Maasvallei Maastricht en daarvoor facturen gestuurd ter hoogte van €95.536,21. Maasvallei Maastricht betaalde slechts de helft van dit bedrag. Lunaria vordert betaling van het restant, buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.

De rechtbank overweegt dat de facturen grotendeels betrekking hebben op werkzaamheden uit 2014 en 2015, terwijl tussentijdse declaraties ontbraken. Lunaria heeft niet tijdig inzicht verschaft in de kosten, waardoor Maasvallei Maastricht benadeeld is in haar mogelijkheid om de facturen te betwisten.

De rechtbank stelt dat Lunaria onvoldoende concreet heeft gesteld en bewezen welke werkzaamheden zijn verricht, dat zij opdracht had en dat de bedragen gerechtvaardigd zijn. De overgelegde tijdsbestedingsoverzichten zijn onvoldoende onderbouwing. Daarom wijst de rechtbank de vorderingen af en veroordeelt Lunaria in de proceskosten van €4.190, vermeerderd met wettelijke rente.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Lunaria af wegens onvoldoende onderbouwing en veroordeelt Lunaria in de proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer: C/03/274571 / HA ZA 20-103
Vonnis van 18 november 2020
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LUNARIA B.V.,
gevestigd te Maastricht,
eiseres,
advocaat: mr. P.J.M. Brouwers;
tegen:
de stichting
WONINGSTICHTING MAASVALLEI MAASTRICHT,
gevestigd te Maastricht,
gedaagde,
advocaat: mr. L.A. van Driel.
Partijen zullen hierna “Lunaria” en “Maasvallei Maastricht” genoemd worden.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
  • de rolbeslissing van 6 mei 2020;
  • de conclusie van repliek met producties 12 t/m 18;
  • de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Lunaria heeft, in de persoon van haar bestuurder, [naam bestuurder] (verder te noemen: “ [naam bestuurder] ”), aanvankelijk in de hoedanigheid van advocaat en later in die van juridisch dienstverlener, werkzaamheden voor Maasvallei Maastricht verricht.
2.2.
Lunaria heeft op de volgende data aan Maasvallei Maastricht gefactureerd:
op 22 januari 2018 een bedrag van € 28.949,30;
op 23 januari 2018 een bedrag van € 6.948,51;
op 1 maart 2018 een bedrag van € 3.577,72;
op 2 maart 2018 een bedrag van € 14.865,85;
op 3 maart 2018 een bedrag van € 40.517,23;
op 6 maart 2018 een bedrag van € 677,60.
2.3.
Lunaria heeft derhalve in totaal € 95.536,21 aan Maasvallei Maastricht gefactureerd.
2.4.
Maasvallei Maastricht heeft op 4 december 2018 een bedrag van € 47.768,11 aan Lunaria voldaan.

3.Het geschil

3.1.
Lunaria vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Maasvallei Maastricht veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te betalen:
I. een bedrag van € 47.768,09, dan wel de onderliggende 50% deelbedragen, respectievelijk bedragende € 14.474,65, € 3.474.25, € 20.258,61, € 1.788,86, € 7.432,92 en € 338,80;
II. een bedrag van € 1.252,68 exclusief btw aan buitengerechtelijke incassokosten;
III. de wettelijke (handels)rente ex artikel 6:119a BW over de onder I genoemde deelbedragen, vanaf de 30e dag na dagtekening van de oorspronkelijke declaraties genoemd onder 2.2.;
IV. de kosten van deze procedure, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval de voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf bedoelde termijn voor voldoening, alsmede de nakosten.
3.2.
Lunaria legt nakoming aan haar vorderingen ten grondslag. Lunaria stelt dat zij uit hoofde van de door [naam bestuurder] in opdracht van Maasvallei Maastricht verrichte juridische werkzaamheden recht heeft op de volledige betaling van het zestal onder 2.2. genoemde facturen, alsmede op de buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
3.3.
Maasvallei Maastricht voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank overweegt dat de declaraties (van respectievelijk 22 januari 2018, 23 januari 2018, 1 maart 2018, 2 maart 2018, 3 maart 2018 en 6 maart 2018) voor het overgrote deel betrekking hebben op werkzaamheden die volgens de stellingen van Lunaria en de door haar daarbij overgelegde overzichten van tijdbesteding dateren van jaren voordien. De facturen zien op werkzaamheden die voor een groot deel al in 2015 zouden zijn verricht, en bij een tweetal facturen zelfs op werkzaamheden die al in 2014 zouden zijn verricht.
4.2.
Niet gebleken is dat Lunaria in de zaken waarop die facturen betrekking hebben, tussentijds heeft gedeclareerd en evenmin dat zij Maasvallei Maastricht heeft gewezen op reeds gemaakte kosten en eventueel nog te maken kosten. Van [naam bestuurder] had – als (voormalig) advocaat, maar ook als degene die deze werkzaamheden namens Lunaria feitelijk heeft verricht – wel mogen worden verwacht dat hij, door op regelmatige basis te declareren, tijdig inzicht in de gemaakte kosten zou verschaffen en dat hij Maasvallei Maastricht zou informeren over in de toekomst mogelijk nog te maken kosten. Maasvallei Maastricht wordt, als gevolg van dit nalaten van Lunaria, benadeeld in haar mogelijkheden om de noodzaak van de gedeclareerde werkzaamheden en omvang daarvan gemotiveerd te betwisten. Daarmee is ook het belang gegeven van tijdig verzonden, tussentijdse, declaraties.
4.3.
De rechtbank stelt voorop dat het op grond van artikel 150 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in de eerste plaats aan Lunaria is om voldoende concreet te stellen – en bij betwisting te bewijzen – (a) welke specifieke werkzaamheden zij heeft verricht voor Maasvallei Maastricht, (b) dat zij daartoe opdracht heeft gekregen van Maasvallei Maastricht, of dat deze werkzaamheden ook zonder opdracht dienstig waren aan de wel aan Lunaria verstrekte opdracht, en (c) dat het verrichten van die werkzaamheden de door haar gedeclareerde bedragen rechtvaardigt.
4.4.
De eenzijdig door Lunaria opgestelde overzichten van tijdsbesteding, die zij heeft gevoegd bij de door haar verzonden declaraties, kunnen in het licht van het voorgaande en gelet op de gemotiveerde betwisting van Maasvallei Maastricht, niet worden beschouwd als een voldoende onderbouwing van de verschuldigdheid van Maasvallei Maastricht van de gefactureerde bedragen. Lunaria heeft derhalve onvoldoende onderbouwd waarom zij recht heeft op meer dan het bedrag dat reeds door Maasvallei Maastricht ter zake van die declaraties aan haar is betaald. De rechtbank is van oordeel dat Lunaria niet aan haar stelplicht heeft voldaan. Voor de formulering van een bewijsopdracht aan de zijde van Lunaria is dan ook geen plaats.
4.5.
Lunaria zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Maasvallei Maastricht worden begroot op:
- griffierecht € 2.042,00;
- salaris advocaat €
2.148,00(2,0 punten × tarief € 1.074,00);
Totaal € 4.190,00.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
wijst de vorderingen af;
5.2.
veroordeelt Lunaria in de proceskosten, aan de zijde van Maasvallei Maastricht tot op heden begroot op € 4.190,00, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2020.