ECLI:NL:RBLIM:2020:9160

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
18 november 2020
Publicatiedatum
23 november 2020
Zaaknummer
C/03/277051 / HA ZA 20-222
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 FaillissementswetArt. 6:119 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Doorhaling procedure met veroordeling in proceskosten na intrekking reconventionele vordering

In deze civiele zaak bij de rechtbank Limburg werd de procedure in conventie ambtshalve geschorst en vervolgens doorgehaald op grond van artikel 29 van Pro de Faillissementswet. Dit betekende dat de hoofdprocedure werd beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van de vorderingen in conventie.

Tegelijkertijd had de gedaagde in reconventie haar reconventionele vordering ingetrokken. De eiser in conventie stemde hiermee in, mits de gedaagde in reconventie werd veroordeeld in de proceskosten die de eiser in conventie had moeten maken in het kader van die reconventionele vordering.

De rechtbank oordeelde dat doorhaling van de procedure niet mogelijk was zolang er een verzoek tot proceskostenveroordeling lag. Daarom wees de rechtbank vonnis en veroordeelde de gedaagde in reconventie tot betaling van de proceskosten, begroot op €1.707,00 plus wettelijke rente, en de nakosten na het vonnis.

De uitspraak werd gedaan door rechter V.E.J. Noelmans en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De gedaagde in reconventie is veroordeeld tot betaling van proceskosten en nakosten na intrekking van haar vordering.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/277051 / HA ZA 20-222
Vonnis bij vervroeging van 18 november 2020
in de zaak van
[eiser in conventie, verweerder in reconventie],
wonend te [woonplaats 1] ,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
advocaat mr. R.T.L.J. Jongen,
tegen

1.[gedaagde in conventie sub 1] , h.o.d.n. [handelsnaam] ,

wonend te [woonplaats 2] ,
gedaagde in conventie
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2],
statutair gevestigd en kantoorhoudend te [vestigingsplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. A.L. Stegeman.
Partijen zullen hierna [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , [gedaagde in conventie sub 1] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de rolbeslissing van 14 oktober 2020
  • de akte uitlating aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] .
1.2.
Daarop is de zaak verwezen naar de rol voor vonnis, waarvan de uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

In conventie

2.1.
Bij rolbeslissing van 14 oktober 2020 is de procedure in conventie ambtshalve geschorst op grond van het bepaalde in artikel 29 van Pro de Faillissementswet, waarna de zaak voor wat betreft de conventie ambtshalve is doorgehaald (punt 2.15 Lpr. civiel).
In reconventie
2.2.
Bij voornoemde rolbeslissing is [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de intrekking van de reconventionele vordering door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] Bij akte heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ingestemd met deze intrekking onder de voorwaarde dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] wordt veroordeeld in de proceskosten die [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in het kader van de eis in reconventie heeft moeten maken.
2.3.
Als uitgangspunt heeft te gelden dat een procedure alleen op verzoek van beide partijen wordt doorgehaald.
2.4.
Dit is in deze procedure niet het geval. Bovendien is door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] om een proceskostenveroordeling verzocht. Er kan dan geen doorhaling plaatsvinden, maar er wordt vonnis gewezen. Zo ook in onderhavige zaak.
2.5.
Nu [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] om haar moverende redenen afziet van verder procederen, behoeft op het aanvankelijk door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] in reconventie gevorderde niet te worden beslist. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] dient echter wel te worden veroordeeld in de aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gemaakte proceskosten.
2.6.
Door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is een conclusie van antwoord in reconventie genomen. De daarmee gemoeid zijnde kosten worden door de rechtbank begroot op € 1.707,00 (1 punt) als salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover (als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro) vanaf 14 dagen na datum van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.
2.7.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

3.De beslissing

De rechtbank
In reconventie
3.1.
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] in de proceskosten aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gevallen en tot op heden begroot op € 1.707,00, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover (als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro) vanaf 14 dagen na datum van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,
3.2.
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat
niet binnen twee weken na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente (als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro) over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Deze beslissing is gegeven door mr. V.E.J. Noelmans en in het openbaar uitgesproken op
18 november 2020. [1]

Voetnoten

1.type: AH