Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[naam onderbewindgestelde],
1.De verdere procedure
2.Het geschil en de verdere beoordeling
- dagvaarding € 105,09
- griffierecht € 124,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
Eisende partij, VGZ Zorgverzekeraar N.V., vordert betaling van €500, vermeerderd met rente en kosten, gebaseerd op een zorgverzekeringsovereenkomst met gedaagde partij. De totale achterstand bedroeg €1.299,90, waarvan €7,50 aan acceptgirokosten. Eisende partij beperkte haar vordering om griffiekosten te beperken.
De kantonrechter stelde vast dat het beding voor acceptgirokosten duidelijk en niet onredelijk bezwarend is, aangezien andere betaalwijzen een handeling van de consument vereisen. De acceptgirokosten van €1,50 per factuur zijn redelijk gezien de kosten voor verzending.
De overige vorderingen werden niet betwist en gegrond bevonden. Gedaagde partij werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente vanaf 7 juli 2020, en proceskosten van €301,09. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde partij wordt veroordeeld tot betaling van €500, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.