Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2020:9426

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
25 november 2020
Publicatiedatum
1 december 2020
Zaaknummer
8484025 CV 20-1887
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:70 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs van onbevoegde volmacht in handelsgeschil

Clear Channel Nederland B.V. (CCN) vordert betaling van openstaande facturen van een eenmanszaak die voorheen eigendom was van een heer die deze eenmanszaak exploiteerde. De gedaagde partij voerde verweer dat hij handelde als gevolmachtigde namens deze eenmanszaak en overlegt een verklaring van de eigenaar ter bevestiging.

De kantonrechter stelt vast dat volgens vaste jurisprudentie de bewijslast rust op degene die als gevolmachtigde optreedt om aan te tonen dat hij over een toereikende volmacht beschikte. CCN had haar stelling dat een volmacht ontbrak voldoende moeten motiveren, hetgeen niet is gebeurd.

De enkele stelling dat CCN alleen contact had met de gedaagde, dat de handelsnaam later werd overgenomen en dat betalingsvoorstellen via een andere onderneming liepen, is onvoldoende om het ontbreken van volmacht aan te tonen. Ook is niet gesteld of gebleken dat de eigenaar de bevoegdheid van de gedaagde betwist of de rechtshandeling ontkent.

Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt CCN in de proceskosten van de gedaagde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vordering van Clear Channel Nederland B.V. wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het ontbreken van een toereikende volmacht.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 8484025 CV EXPL 20-1887
Vonnis van de kantonrechter van 25 november 2020
in de zaak van:
de besloten vennootschap
CLEAR CHANNEL NEDERLAND B.V.
gevestigd te Oegstgeest en kantoorhoudend te Hoofddorp,
eisende partij,
gemachtigde: BVCM Collections B.V.,
tegen
[gedaagde partij] ,
wonend te [woonplaats] ,
gedaagde partij
gemachtigde: mr. M.J. Mookram.
Partijen zullen hierna CCN en [gedaagde partij] worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 20 april 2020 met producties,
  • de conclusie van antwoord met productie,
  • de conclusie van repliek met producties,
  • de conclusie van dupliek met productie,
  • de akte uitlating productie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
CCN is een onderneming die zich toelegt op de exploitatie van reclameobjecten en het verzorgen van reclame in het algemeen, alsmede op het ter beschikking stellen van personeel.
2.2.
De heer [naam eigenaar] (hierna: [naam eigenaar] ) is tot 1 november 2019 eigenaar geweest van de eenmanszaak handelend onder de naam [naam eenmanszaak] . (hierna: [naam eenmanszaak] ). Deze eenmanszaak stond bij de Kamer van Koophandel ingeschreven onder nummer [nummer KvK] .
2.3.
Op 19 maart 2019 heeft een medewerker van CCN naar het e-mailadres [e-mailadres 1] een opdrachtbevestiging gestuurd. Het e-mailbericht had als onderwerp
[onderwerp] opdrachtnummer: [nummer 1] .
2.4.
Met betrekking tot de totstandkoming en uitvoering van de opdracht heeft CCN uitsluitend contact gehad met [gedaagde partij] .
2.5.
In de periode van 26 april 2019 tot en met 21 oktober 2019 heeft CCN zes facturen van € 1.210,00 per factuur (in totaal € 7.260,00) naar [naam eenmanszaak] gestuurd. Deze facturen zijn niet betaald.
2.6.
CCN heeft met [gedaagde partij] contact gehad over een te treffen betalingsregeling.
2.7.
Op 14 november 2019 heeft CCN een schriftelijke aanmaning voor een bedrag van € 8.572,43 (de som van de facturen vermeerderd met rente en incassokosten) gestuurd naar [naam eenmanszaak] . Op 15 november 2019 heeft CCN een aanmaning voor een bedrag van € 8.572,43 gestuurd naar het e-mailadres [e-mailadres 2] . Vervolgens heeft zij op 18 november 2019 een aanmaning voor een bedrag van € 8.572,42 gestuurd naar het e-mailadres [e-mailadres 1] . Bij brieven van 29 november 2019 en 9 december 2019 heeft CCN de heer [naam eigenaar] v.h.o.d.n. [naam eenmanszaak] gesommeerd over te gaan tot betaling van respectievelijk € 8.600,27 en € 8.620,19.
2.8.
[gedaagde partij] is sinds 11 september 2019 directeur en enig aandeelhouder van [naam bedrijf] . Deze onderneming staat bij de Kamer van Koophandel ingeschreven onder nummer [nummer 2] . De onderneming maakt voor wat betreft de website, domeinnaam en e-mailadres gebruik van de naam [naam eenmanszaak] .

3.Het geschil

3.1.
CCN vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 8.872,79, vermeerderd met primair de overeengekomen rente en subsidiair de wettelijke handelsrente en kosten. CCN stelt dat [gedaagde partij] onbevoegd namens de eenmanszaak van [naam eigenaar] handelde en houdt hem op grond van artikel 3:70 BW Pro persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de facturen.
3.2.
[gedaagde partij] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
[gedaagde partij] stelt zich op het standpunt dat CCN de verkeerde partij heeft gedagvaard. Hij stelt dat hij in zijn contacten met CCN heeft gehandeld in opdracht en voor rekening van de [naam eenmanszaak] , de eenmanszaak van [naam eigenaar] . Ter onderbouwing van dit standpunt heeft hij een overeenkomstige verklaring van [naam eigenaar] overgelegd.
4.2.
Volgens vaste jurisprudentie over artikel 3:70 BW Pro (HR 22 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1384) rust op degene die als gevolmachtigde heeft gehandeld de bewijslast dat hij beschikte over een toereikende volmacht. Dit betekent dat CCN in principe kan volstaan met de gemotiveerde stelling dat een toereikende volmacht ontbreekt. Mede in het licht van het verweer van [gedaagde partij] en de door hem overlegde verklaring van [naam eigenaar] is de kantonrechter van oordeel dat CCN haar stelling nader had moeten onderbouwen. De stellingen van CCN dat zij uitsluitend met [gedaagde partij] van doen heeft gehad, dat [gedaagde partij] later de handelsnaam van [naam eigenaar] heeft overgenomen en dat [gedaagde partij] heeft voorgesteld om de facturen via [naam bedrijf] te voldoen, wat daar verder ook van zij, leiden niet tot de conclusie dat een (toereikende) volmacht voor [gedaagde partij] ontbreekt. CCN had bij het aangaan van de overeenkomst uit de inschrijving bij de Kamer van Koophandel kunnen afleiden dat [naam eigenaar] de eigenaar was van de eenmanszaak [naam eenmanszaak] . Niet gesteld of gebleken is dat [naam eigenaar] de bevoegdheid van [gedaagde partij] betwist. Niet gesteld of gebleken is dat [naam eigenaar] ontkent door de rechtshandeling van [gedaagde partij] gebonden te zijn.
De vordering van CCN zal dan ook worden afgewezen.
4.3.
CCN zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Er zijn onvoldoende buitengewone omstandigheden gebleken om, zoals door [gedaagde partij] gevorderd, over te gaan tot een veroordeling van CCN in de werkelijke kosten van de procedure. De kantonrechter zal uitgaan van het liquidatietarief. De kosten aan de zijde van [gedaagde partij] worden begroot op:
- salaris gemachtigde € 600,00 (2 punten x tarief € 300,00).
4.4.
De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vordering af,
5.2.
veroordeelt CCN in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde partij] gevallen en tot op heden begroot op € 600,00 (2 punten x tarief € 300,00),
5.3.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.M. Driessen en in het openbaar uitgesproken.