Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 105,09
- griffierecht 124,00
- salaris gemachtigde 0
Rechtbank Limburg
De apotheek vordert betaling van een bedrag van € 70,82 van de patiënt voor medicijnen die hij heeft ontvangen en waarvoor hij niet heeft betaald. De patiënt stelt dat er sprake is van medische noodzaak voor het merkmedicijn en dat dit volledig door zijn zorgverzekering wordt vergoed, waardoor hij niet verplicht zou zijn te betalen.
De rechtbank stelt vast dat tussen partijen een koopovereenkomst is gesloten en dat de patiënt de medicijnen daadwerkelijk heeft ontvangen. De medische noodzaak is door de apotheek afgewezen na overleg met de huisarts, en de patiënt is hierover geïnformeerd. De patiënt heeft eerder contant betaald en wist dat hij voor de medicijnen moest betalen.
Hoewel de apotheek de communicatie beter had kunnen verzorgen, doet dit niet af aan de betalingsverplichting van de patiënt. De verzekeringskwestie is een zaak tussen patiënt en verzekeraar. De rechtbank wijst de vordering van de apotheek toe, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, en veroordeelt de patiënt in de proceskosten.
Uitkomst: De patiënt wordt veroordeeld tot betaling van € 70,82 plus wettelijke rente en proceskosten aan de apotheek.