ECLI:NL:RBLIM:2020:9459
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Commerciële kinderopvang past binnen maatschappelijke bestemming ondanks planregels
De voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg behandelde een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van het IKC Laar te Weert, waar commerciële kinderopvangactiviteiten plaatsvinden. Verzoeker betoogde dat deze activiteiten in strijd zijn met de bestemming “Maatschappelijk” en de bijbehorende gebruiksregels die bedrijfsdoeleinden verbieden.
De rechtbank stelde vast dat de kinderopvang binnen de doeleindenomschrijving van de maatschappelijke bestemming valt en dat het verbod op bedrijfsdoeleinden niet zo uitgelegd kan worden dat commerciële kinderopvang wordt uitgesloten, omdat dit de bestemmingsomschrijving zinledig zou maken. Ook werd geoordeeld dat de parkeerplanregel onvoldoende waarborg biedt als toetsingsnorm, omdat niet duidelijk is op welke bevoegdheid deze betrekking heeft.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit waarschijnlijk stand zal houden in de bezwaarprocedure en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor commerciële kinderopvang wordt afgewezen.