Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 105,09
- griffierecht € 499,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
Tussen VGZ Zorgverzekeraar N.V. en de gedaagde is een zorgovereenkomst gesloten waarbij de gedaagde maandelijks vooruitbetaling van premies moest doen. De gedaagde heeft een betalingsachterstand opgebouwd over de maanden december 2012 en oktober 2013 tot en met mei 2014, ter hoogte van €1.679,11. Ondanks meerdere aanmaningen heeft de gedaagde deze bedragen niet voldaan, waarna VGZ de zaak aanhangig maakte bij de rechtbank.
VGZ vordert betaling van het openstaande bedrag vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. De gedaagde heeft meerdere malen uitstel gevraagd, welke deels zijn verleend, maar uiteindelijk is het vonnis bepaald. De rechtbank stelt vast dat de gedaagde in verzuim is en dat het bedrag van €1.679,11 toewijsbaar is.
De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot betaling van het openstaande bedrag met wettelijke rente vanaf het moment van verzuim tot volledige betaling. Tevens wordt de gedaagde veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van VGZ, begroot op €784,09, en in de nakosten indien niet binnen twee weken wordt voldaan. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.679,11 met wettelijke rente en proceskosten.