Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[handelsnaam],
1.De verdere procedure
2.De verdere beoordeling
- dagvaarding € 110,67
- griffierecht € 996,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
In deze civiele procedure vordert ING Bank betaling van een bedrag van €25.000 van gedaagde. De kantonrechter heeft de absolute bevoegdheid vastgesteld omdat de vordering onder de grens van €25.000 blijft. Gedaagde heeft de vordering onvoldoende betwist, waardoor deze toegewezen wordt.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van het gevorderde bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 mei 2020 tot aan de dag van volledige betaling. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van ING Bank, begroot op €1.586,67.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken door de kantonrechter R.H.J. Otto.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €25.000 met wettelijke rente en proceskosten.